Is Sint-Valentijn iets voor Moslims?

Wat is de oorsprong van dit feest?

De oude Grieken vereerden de god Pan, de god van de kudden en de herders. Volgens de Griekse mythologie werd Pan als volwassene geboren, met horens, baard, bokkepoten en een staart. In de kunst wordt hij afgebeeld als een wellustig, sensueel, dansend wezen. Deze mythische vruchtbaarheidsgod, half mens en half bok, had een wild, onvoorspelbaar karakter dat mensen schrik aanjoeg. Het Nederlandse woord „panisch” betekent dan ook letterlijk „van Pan”.

Pan werd geacht de kudden te hoeden terwijl hij op zijn fluit speelde. Hij was echter snel afgeleid. Pan had veel liefdesavonturen met nimfen en godinnen. Op een beeldhouwwerk staat Pan uitgebeeld terwijl hij Aphrodite, de godin van de liefde, het hof maakt. Eros, de gevleugelde god van de liefde, hangt boven hen — zo ongeveer als de cupido die men thans op valentijnskaarten ziet.

Met de opkomst van het Romeinse Rijk werd Pan door Rome overgenomen als hun god Faunus, ook wel Lupercus genoemd. Zijn vrouw Luperca, in de gedaante van een wolvin, heeft naar men beweert Romulus en Remus gevoed, de stichters en bouwers van de oude stad Rome.

De priesters die in de tempel van deze demonengod dienst deden, heetten Luperci. Midden februari gingen deze priesters ter gelegenheid van het feest Lupercalia, slechts in bokkehuiden gekleed, rond, en sloegen vrouwen die langs het pad stonden te wachten met riemen van bokkeleer, hetgeen naar men beweerde de vruchtbaarheid zou bevorderen. Tot de mystieke en seksuele riten tijdens dit voorjaarsliefdesfeest uit de oudheid behoorde onder andere een soort loterij, waardoor jonge vrouwen aan mannen werden gegeven. De namen van meisjes werden in een doos door elkaar geschud, waarna elke man er één uit haalde.

Maar waarvan de naam Sint-Valentijn? Op 14 februari van het jaar 270 n.Chr. werd een jonge Romein, Valentijn (Valentinus) genaamd, geslagen en onthoofd omdat hij het christendom niet wilde verloochenen. Voor het dochtertje van de gevangenbewaarder die belast was geweest met zijn bewaking en met wie hij bevriend was geworden, liet hij een briefje achter. Hij ondertekende het briefje met „Van je Valentijn”. Gedurende de daaropvolgende eeuwen betekenden de woorden „Van je Valentijn” niets anders dan vriendschap. Maar rond het jaar 1400 namen ze een nieuwe betekenis aan.

Toen de katholieke Kerk machtiger werd en het in Rome voor het zeggen kreeg, nam ze praktisch alle vóórchristelijke Griekse en Romeinse feesten over, en hiertoe behoorde ook dit voorjaarsliefdesfeest van de Griekse god Pan. En in overeenstemming met de gewoonte van de katholieke Kerk om de heidense oorsprong van zulke feesten te verdoezelen door ze in een christelijk „jasje” te steken, werd dit feest als Valentijnsdag bestempeld.

Volgens The Catholic Encyclopedia werd Lupercalia tegen het einde van de vijfde eeuw G.T. afgeschaft door paus Gelasius I. Tegenwoordig heeft dit feest echter een moderne tegenhanger die opgang maakt onder de naam „Valentijnsdag”. Er bestaan diverse theorieën over de oorsprong van deze „gekerstende” naam. Volgens één verhaal verbood de Romeinse keizer Claudius II uit de derde eeuw jonge mannen te trouwen. Valentinus, een priester, verbond in het geheim jonge paartjes in de echt. Sommigen zeggen dat hij omstreeks 269 G.T. op 14 februari werd terechtgesteld. Hoe dan ook, dat de viering naar een „heilige” is genoemd, kan niet de onverkwikkelijke oorsprong van het feest verhullen. Valentijnsdag vindt zijn oorsprong in heidense riten. Hoewel de waarheid achter de Valentijnslegenden duister is, benadrukken de verhalen allemaal zijn aantrekkingskracht als een sympathieke, heroïsche en vooral romantische figuur.

Tijdens de middeleeuwen werd Valentijnsavond en de daaropvolgende dag, 14 februari, gevierd met bijna net zoveel sensuele vrolijkheid als waardoor het oorspronkelijke heidense feest werd gekenmerkt.  

Cupido wordt vaak afgebeeld op Valentijnsdagkaarten als een naakte cherubijn die liefdespijlen naar nietsvermoedende minnaars schiet. Maar de Romeinse god Cupido heeft zijn wortels in de Griekse mythologie als de Griekse god van de liefde, Eros. De rekeningen van zijn geboorte lopen uiteen; sommigen zeggen dat hij de zoon is van Nyx en Erebus; anderen, van Aphrodite en Ares; weer anderen suggereren dat hij de zoon is van Iris en Zephyrus of zelfs Aphrodite en Zeus (die zowel zijn vader als grootvader zouden zijn geweest).

Volgens de Griekse archaïsche dichters was Eros een knappe onsterfelijke die speelde met de emoties van goden en mensen, gouden pijlen gebruikte om liefde aan te wakkeren en loden om afkeer te zaaien. Pas in de hellenistische periode werd hij afgeschilderd als het ondeugende, mollige kind dat hij op Valentijnsdagkaarten zou worden. In de afgelopen eeuw werden Valentijn-wenskaarten met hun sierrandjes en hun sentimentele versjes geïntroduceerd om de oude mythen nog wat te verfraaien.

Beginsel:

Degelijke feesten die hun oorsprong vinden in de aanbidding van afgoden en niet hun oorsprong vinden bij de Schepper zijn verwerpelijk en verboden voor monotheïsten. Men dient zich volledig afgescheiden te houden van gewoonten die in strijd zijn met de ware aanbidding.

Als we even kijken naar wat Allah geboden heeft aan de Israëlieten kunnen we daaruit bovenstaand beginsel terugvinden.

In zijn wet aan de natie Israël verklaarde Allah: „Gij moogt de naam van andere goden niet vermelden. Die dient niet uit uw mond te worden gehoord” (Exodus 23:13). Dit hield in dat de Israëlieten niet met gevoelens van ontzag over die goden mochten spreken, noch op zodanige wijze dat hun een bepaald bestaan of een bepaalde macht zou worden toegeschreven. Zij moesten zulke valse goden met minachting bezien, als iets waardeloos, schandelijks, verfoeilijks en walgelijks. — Psalm. 96:5; Jeremia 11:13; Ezechiël 16:36; 37:23.

En aangaande de religieuze voorwerpen die met die valse Kanaänitische[1] aanbidding waren verbonden, kregen de Israëlieten de instructie: „Hun altaren dient gij af te breken, en hun heilige zuilen dient gij aan stukken te breken, en hun heilige palen dient gij om te hakken, en hun gesneden beelden dient gij met vuur te verbranden. Want gij zijt een heilig volk voor Jehovah, uw God.” — Deuteronomium 7:5, 6

Met het oog op zulke geboden zullen Israëlieten die getrouw aan God wensten te blijven, stellig nooit religieuze feesten van de Kanaänieten hebben overgenomen en ze onder nieuwe namen zijn gaan vieren. Dat zou een verlies van hun „heilige”, reine of zuivere positie voor hun God, hebben betekend. Net zomin als thans mensen een overhemd met een grote vlek als rein of schoon zouden beschouwen en geschikt om bij een officiële gelegenheid te worden gedragen, zomin beschouwt Allah de beoefening van met valse aanbidding besmette gewoonten, welke dat dan ook mogen zijn, als passend. Hij stáát op exclusieve toewijding (Ezechiël 5:13). Tegenover de Israëlieten verklaarde hij: „Ik, Jehovah, uw God, ben een God die exclusieve toewijding eis.” — Exodus 20:5.

Dat Allah geen vermenging toestaat van afgodische praktijken met ware aanbidding, is duidelijk op te maken uit zijn bemoeienissen met de Israëlieten. Neem het geval van het gouden kalf in de wildernis. Toen de Israëlieten Harun (Aäron) dit beeld voor hen lieten maken, hadden zij niet het idee een Egyptische afgod te aanbidden. Zij namen eenvoudig een religieus gebruik over dat in Egypte gewoon was, waar godheden voornamelijk werden vereenzelvigd met koeien, stieren en andere dieren. Dit moge blijken uit het feit dat het religieuze feest dat in verband met het gouden kalf werd gevierd, niet was bedoeld om een Egyptische god te eren, maar een „feest voor Allah” werd genoemd (Exodus 32:5). Dit maakte het echter nog niet juist. Allah strafte de Israëlieten zwaar voor hun ontrouw. — Exodus 32:28-35.

Niets is er veranderd voor de hedendaagse Moslims.

“En wie er een andere godsdienst dan de islam zoekt, het zal nooit van hen geaccepteerd worden en in het Hiernamaals zal hij één van de verliezers (in de Hel) zijn.” (Aal-i-Imraan 3: 85)

En de Profeet (ﷺ) vertelde ons dat groepen van zijn ummah de vijanden van Allah zouden volgen in sommige van hun rituelen en gebruiken, zoals het zegt in de hadith van Abu Sa’eed al-Khudri (mag Allah tevreden met hem zijn), die overleverde dat de Profeet (ﷺ) zei: “Je zult zeker de wegen volgen van degenen die je voorgingen, span voor span, el voor el, tot zelfs als ze het hol van een hagedis zouden binnengaan, je hen zou volgen.” We zeiden: “O Boodschapper van Allah, (bedoel je) de Joden en Christenen?” Hij zei: “Wie nog meer ?!”

Waar de Profeet (ﷺ) sprak, is inderdaad gebeurd en is de laatste tijd wijdverspreid in veel moslimlanden. Veel van de moslims volgen de vijanden van Allah in veel van hun gewoontes en gedragingen, en imiteren hen in sommige van hun rituelen en bij het vieren van hun feestdagen.

De zaak is nog erger gemaakt door de openstelling van massacommunicatie tussen volkeren, waarbij de rituelen en gebruiken van de kuffaar nu met de glamoureuze versiering van beeld en geluid van hun landen naar de moslimlanden worden uitgezonden, via satelliet-tv en Internet Veel moslims zijn misleid door deze glamour.

Zoals uit bovenstaande bewijzen is op te maken is Valentijnsdag een feest die zijn oorsprong vindt bij de kuffaar. Het is voor een moslim niet toegestaan om een van de feesten van de kuffaar te vieren, omdat feesten vallen onder de noemer shar’i-kwesties die gebaseerd moeten zijn op de duidelijke teksten.

In de afgelopen jaren heeft zich onder de moslimjongeren – zowel mannen als vrouwen – een nieuw fenomeen verspreid dat niet veel goeds voorspelt. Dit komt tot uiting in hun navolging van de christenen in hun viering van Valentijnsdag, wat de geleerden en daa’iyahs[2] ertoe heeft gebracht de regels van de sharee’ah daarover uit te leggen, uit oprechtheid jegens Allah, Zijn Boodschapper (ﷺ), de leiders van de Moslims en hun gewone mensen, zodat moslims een duidelijk begrip hebben van deze kwestie en zodat ze niet zullen vervallen in datgene wat het geloof (‘aqeedah) waarmee Allah hen heeft gezegend, zal ondermijnen.

Sjeik al-Islam Ibn Taymiyah (moge Allah hem genadig zijn) zei: Festivals maken deel uit van de shari’ah, een duidelijke weg en rituelen waarvan Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Aan ieder van jullie hebben we een wet en een duidelijke weg voorgeschreven” (Al Maaida 5:48)

En ook: “Voor elk volk hebben Wij religieuze gebruiken verordend, die zij moeten volgen; dus laat hen niet met jullie over de zaak redetwisten, maar nodig hen uit tot je Heer. Waarlijk! Jij bent zeker een (ware) rechte Leiding.” (Al-Hajj 22: 67)

“… zoals de qiblah (richting in gebed), gebed en vasten. Er is geen verschil tussen hun deelname aan het festival en hun deelname aan alle andere rituelen. Volledig meedoen met het festival is meedoen met kufr[3], en meedoen met enkele van de kleine zaken is meedoen met enkele van de takken van kufr. Feesten zijn inderdaad een van de meest unieke kenmerken die verschillende religies onderscheiden en behoren tot hun meest prominente symbolen, dus meedoen met hen is meedoen met de meest karakteristieke en prominente symbolen van kufr. Door hieraan mee te doen, kan ongetwijfeld leiden tot volledige kufr.

Op zijn minst gedeeltelijk meedoen is ongehoorzaamheid en zonde. Dit werd aangegeven door de Profeet (ﷺ[4]) toen hij zei: “Ieder volk heeft zijn feest en dit is ons feest.” Dit is erger dan zich bij hen aansluiten in het dragen van de zinaar (een kledingstuk dat alleen werd gedragen door Ahl al-dhimmah) en andere kenmerken van hen, want die kenmerken zijn door de mens gemaakt en maken geen deel uit van hun religie, maar het doel erachter is gewoon om onderscheid te maken tussen een moslim en een kaafir. Wat betreft het festival en zijn rituelen, dit maakt deel uit van de religie die samen met zijn volgelingen wordt vervloekt, dus meedoen is meedoen met iets dat een oorzaak is van het oplopen van de toorn en straf van Allah.”[5]  

“Hij zei ook (moge Allah hem genadig zijn): Het is niet toegestaan voor de moslims om hen te imiteren in iets dat uniek deel uitmaakt van hun feesten, of het nu gaat om eten, kleding, baden, vuur aansteken, afzien van een gewone gewoonte, daden van aanbidding of iets anders. Het is niet toegestaan om een feest te geven of geschenken te geven, of iets te verkopen dat hen daarbij helpt, voor dat doel, of om kinderen en anderen spelletjes te laten spelen die deel uitmaken van de festivals, of om iemands versieringen te dragen.

Concluderend: de moslims behoren geen van hun rituelen te doen tijdens hun festivals; de dag van hun festival zou eerder als elke andere dag voor de moslims moeten zijn. De moslims zouden niets specifieks moeten doen in navolging van hen.”[6]

Al-Haafiz al-Dhahabi (moge Allah hem genadig zijn) zei: Als de christenen een festival hebben, en de joden een festival, dan is het alleen voor hen, dus geen moslim mag daarbij meedoen, net zoals geen Moslim zou deelnemen aan hun religie of hun richting van gebed.[7]

De h’adieth waarnaar Shaykh al-Islam Ibn Taymiyah verwees, werd overgeleverd door al-Bukhaari (952) en Muslim (892) van ‘Aa’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) die zeiden: Abu Bakr kwam binnen en er waren twee jonge meisjes van de Ansaar met mij die zongen over wat er met de Ansaar was gebeurd op de dag van Bu’aath. Ze zei: En het waren geen (professionele) zingende meisjes. Abu Bakr zei: “Muziekinstrumenten van de shaytaan[8] in het huis van de Boodschapper van Allah ﷺ)?!” en dat was op de dag van Eid. De Boodschapper van Allah (ﷺ) zei: “O Abu Bakr, elk volk heeft een festival en dit is ons festival.”

Abu Dawood (1134) vertelde dat Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Toen de Boodschapper van Allah (ﷺ) naar Medina kwam, hadden ze twee dagen om te spelen. Hij zei: “Wat zijn deze twee dagen?” Ze zeiden: “We speelden op deze dagen tijdens de Jaahiliyyah[9].” De Boodschapper van Allah (ﷺ) zei: “Allah heeft jou in plaats van hen twee dagen gegeven die beter zijn dan zij: de dag van al-Adha[10] en de dag van al-Fitr.” Deze h’adieth werd geclassificeerd als sahih door al-Albaani in Sahieh Abi Dawoed.

Dit geeft aan dat festivals tot de kenmerken behoren waarmee naties worden onderscheiden, en het is niet toegestaan om de feesten van de onwetenden en de mushrikeen (polytheïsten) te vieren.

De geleerden hebben fatwa’s uitgevaardigd waarin staat dat het verboden is om Valentijnsdag te vieren.

Sjeik Ibn ‘Uthaymeen (moge Allah hem genadig zijn) werd gevraagd:

In de afgelopen tijd is de viering van Valentijnsdag wijdverbreid geworden, vooral onder vrouwelijke studenten. Het is een christelijk festival waar mensen zich volledig in het rood kleden, inclusief kleding en schoenen, en rode bloemen uitwisselen. We hopen dat u de uitspraak over het vieren van dit festival kunt uitleggen en wat uw advies is aan moslims met betrekking tot dergelijke zaken; moge Allah je zegenen en voor je zorgen.

Hij antwoorde:

“Valentijnsdag vieren is om een aantal redenen niet toegestaan.

1- Het is een ‘bidah’[11] feest waarvoor geen basis is in de islam.

2- Het bevordert liefde en verliefdheid.

3- Het roept harten op om in beslag te worden genomen door dwaze zaken die in strijd zijn met de weg van de rechtvaardige salaf[12] (moge Allah tevreden met hen zijn).

Het is op deze dag niet toegestaan om iets van de dingen te doen die kenmerkend zijn voor dit festival, of dat nu te maken heeft met eten, drinken, kleding, het uitwisselen van geschenken of iets anders.

De moslim moet trots zijn op zijn religie en mag geen zwak karakter zijn dat elke Tom, Dick en Harry volgt. Ik vraag Allah om de moslims te beschermen tegen alle verleidingen, zichtbaar en onzichtbaar, en om ons te beschermen en ons te leiden.”[13]

De vaste commissie werd gevraagd: sommige mensen vieren (in Islamitische landen) Valentijnsdag elk jaar op de veertiende februari. Ze wisselen geschenken van rode rozen uit, dragen rode kleren en feliciteren elkaar. Sommige bakkerijen maken roodgekleurde snoepjes en tekenen er harten op, en sommige winkels maken reclame voor producten die speciaal voor deze dag zijn. Wat is uw mening over het volgende:

1- Vier deze dag 2- Op deze dag dingen kopen in de winkels 3- Winkeliers die het niet vieren door dingen te verkopen die als cadeau kunnen worden gegeven aan mensen die het vieren?

Ze antwoordden:

Het duidelijke bewijs van de Qur’aan[14] en Sunnah – en de consensus van de vroege generaties van deze ummah[15] – geeft aan dat er in de islam slechts twee festivals zijn: Eid al-Fitr en Eid al-Adha. Alle andere festivals die te maken hebben met een persoon, een groep, een evenement of iets anders zijn vernieuwde festivals, die het voor moslims niet is toegestaan ​​bij die gelegenheden te observeren, goed te keuren of vreugde te uiten, of om anderen te helpen ze te vieren in hoe dan ook, want dat is het overtreden van de heilige grenzen van Allah, en wie de heilige grenzen van Allah overschrijdt, heeft zichzelf onrecht aangedaan.

Als het gefabriceerde festival ook een festival van de kuffaar is, dan is de zonde zelfs nog groter, omdat dit hen imiteert en het is een soort van hen als goede vrienden beschouwen, en Allah heeft de gelovigen verboden hen te imiteren en ze zo dichtbij te nemen. vrienden in Zijn Heilig Boek (de Qur’aan).

En het is bewezen dat de Profeet (ﷺ) zei: “Degene die een volk imiteert, is een van hen.” Valentijnsdag valt onder deze noemer omdat het een afgodisch christelijk festival is, dus het is niet toegestaan ​​voor een moslim die in Allah en de Laatste Dag gelooft om het te vieren of goed te keuren of mensen ermee te feliciteren. Hij moet het eerder negeren en vermijden, in gehoorzaamheid aan Allah en Zijn Boodschapper (ﷺ), en om weg te blijven van de oorzaken die de toorn en straf van Allah met zich meebrengen. Het is ook haraam voor de moslim om mensen te helpen dit of enig ander haraam festival te vieren door te voorzien in voedsel of drank, of door te kopen of verkopen of te produceren of te geven of reclame te maken enz., Omdat dat allemaal samenwerkt in zonde en overtreding en is ongehoorzaamheid jegens Allah en Zijn Boodschapper (ﷺ). Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Help elkaar in gehoorzaamheid en gehoorgeving (aan Allah en Zijn Boodschapper), maar help elkaar niet bij zonde en (grensoverschrijdend) onrecht. En vrees Allah, waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.” (Al-Maaida 5: 2)

De moslim moet zich in al zijn zaken houden aan het Boek van Allah en de Sunnah, vooral in tijden van fitnah[16] wanneer het kwaad wijdverbreid is. Hij moet slim zijn en vermijden om in de misleiding te vallen van degenen die de woede van Allah verdiend hebben en die afgedwaald zijn, en de boosdoeners die geen angst voor Allah hebben en die er niet trots op zijn moslim te zijn. De moslim moet zich tot Allah wenden en Zijn leiding zoeken en standvastig blijven in het volgen ervan, want er is geen Gids behalve Allah en niemand kan iemand standvastig maken behalve Hij. En Allah is de bron van kracht. Moge Allah zegeningen en vrede zenden aan onze profeet Mohammed en zijn familie en metgezellen.” Einde citaat.

Sjeik Ibn Jibreen (moge Allah hem behouden) werd gevraagd:

Onder onze jonge mannen en vrouwen is het gebruikelijk geworden om Valentijnsdag te vieren, die is vernoemd naar een heilige die wordt vereerd door de christenen, die het elk jaar vieren op 14 februari, wanneer ze geschenken en rode rozen uitwisselen en rode kleren dragen. . Wat is de regel over het vieren van deze dag en het uitwisselen van geschenken?

Hij antwoorde:

“Ten eerste: het is niet toegestaan ​​om deze vernieuwde festivals te vieren, omdat het een innovatie is waarvoor geen basis in de islam bestaat. Het valt onder de titel van de h’adieth van ‘Aa’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn), volgens welke de Profeet (ﷺ) zei: “Degene die iets introduceert in deze kwestie van ons, dat is geen deel ervan zal het afgewezen hebben. “

Ten tweede: het gaat om het imiteren van de kuffaar en het kopiëren ervan door te vereren wat ze vereren en hun festivals en rituelen te respecteren, en ze na te bootsen in iets dat deel uitmaakt van hun religie. In de h’adieth staat: “Wie een volk imiteert, is een van hen.”

Ten derde: het resulteert in kwaad en haraam dingen zoals tijdverspilling, zang, muziek, extravagantie, onthulling, moedwillig vertoon, mannen die zich mengen met vrouwen, vrouwen die verschijnen voor andere mannen dan hun mahrams[17], en andere haram dingen, of dingen die een middel zijn dat leidt tot immoraliteit. Dat kan niet worden verontschuldigd door de bewering dat dit een soort amusement en plezier is. Degene die oprecht is jegens zichzelf moet wegblijven van zonde en de middelen die ertoe leiden.

En hij zei: Op basis hiervan is het niet toegestaan om deze geschenken en rozen te verkopen, indien bekend is dat de koper deze festivals viert of deze dingen op die dagen cadeau zal doen, zodat de verkoper geen partner zal zijn van degene die wel deze innovaties doet. En Allah weet het het beste.” Einde citaat.

Het zal voor de oprechte Moslim die Allah met verering vreest ver weg zal blijven van de feesten en gebruiken van de kuffaar. Zij hebben hun feesten en gebruiken en wij interferen niet in hun gebruiken en zij kiezen ervoor deze te vieren, maar wij zijn geen deelhebbers aan hun kufr. Ieder zijn religie (of levenswijze), maar aan ons het pad van zuiverheid en onderwerping aan onze Schepper en Wetgever.

كل أمجاد ربنا وملكنا

En Allah weet het het beste.

Een brief van een 14-jarige christelijke leerlinge[18]:

Op 14 februari, een dag die de wereld kent als Valentijnsdag, droeg mijn leraar Engels zijn klas op om voor die speciale dag een valentijnskaart te maken. Ik kon hem er niet van overtuigen mij iets anders te laten doen, dus maakte ik dit gedichtje:

Als u zou weten hoe God dit feest bezag, Dan zou u niet meedoen aan Valentijnsdag Het gebruik stamt van Cupido, een afgod van weleer, Die door dwaze mensen beladen werd met eer Dit kaartje toont daarom poëtisch aan Waarom ik niet achter Valentijnsdag kan staan.

Bronnen:

Ontwaakt! Magazine 08/02/1983 blz.27; 08/02/1995 blz. 26-27; 08/06/1974 blz. 27-28

Islam Question & Answer door Sjeik Muhammad Saalih al-Munajjib, fatwa 73007

History of Valentine’s Day; History.com


[1] Kanaänitisch, betrekking op de praktijken van de Kanaänieten, inwoners van Kanaan, het latere gebied bewoond door de Israëlieten.

[2] Arabisch daa’iyahs, mv van daa’iy, iemand die dawah doet of de Islam uitdraagt, predikt.

[3] Arabisch ‘kufr’, afgoderij

[4] Arabisch sallAllahu ‘alayhi wa salaam, “Vrede en zegeningen van Allah zij met hem”

[5] Einde citaat uit Iqtida ’al-Siraat al-Mustaqeem (1/207).

[6] Einde citaat uit Majmoo al-Fataawa (25/329).

[7] Einde citaat uit Tashabbuh al-Khasees bi Ahl al-Khamees, gepubliceerd in Majallat al-Hikmah (4/193)

[8] Arab. shaytaan, Satan

[9] Arab. Jaahiliyyah, tijd van onwetendheid voordat de boodschapper Muhammad (ﷺ) naar de wereld werd gezonden.

[10] In de authentieke Islam zijn er slechts twee religieuze feestdagen, de Eid (feest) al-Adha of het Offerfeest en de dag van al-Fitr het einde van de vasten in de maand Ramadaan.

[11] Arab. bidah, een innovatie dat tegenstrijdig is met de overgeleverde Islam.

[12] Arab. salaf, de getrouwe volgelingen van het eerste uur van de Islam, toen de Islam nog zuiver was vrij van innovaties.

[13] Einde citaat uit Majmoo ’Fataawa al-Shaykh Ibn‘ Uthaymeen (16/199)

[14] De Koran

[15] (Arabisch: أمة [ˈʊm.mæ]) is een Arabisch woord dat “gemeenschap” betekent. Het onderscheidt zich van sha’b (شعب [ʃæʕb]), wat een natie betekent met een gemeenschappelijke afkomst of geografie. Er kan dus worden gezegd dat het een supranationale gemeenschap is met een gemeenschappelijke geschiedenis.

[16] Fitna (of fitnah, mv. Fitan; Arabisch: فتنة, فتن: “verleiding, beproeving; opruiing, burgerlijke strijd, conflict”) is een Arabisch woord met uitgebreide connotaties van beproeving, beproeving of angst.

[17] In de islam is een mahram een familielid met wie het huwelijk als haram zou worden beschouwd (illegaal in de islam); van wie purdah, of het verbergen van het lichaam met hijab, niet verplicht is.

[18] Dit gedicht was geschreven door een meisje die Jehovah’s getuige is en niet wou deelnemen op school aan deze viering, moge zij een voorbeeld zijn voor onze Moslim kinderen.De christenen die bekend staan als Jehovah’s Getuigen vieren geen Valentijn omwille van zijn heidense afkomst en zijn daarvoor te prijzen. Moge Allah Aza wa Jal hen leiden naar de Onderwerping (Islam) aan Hem.

Delen is lonend: De Boodschapper van Allah (ﷺ) zei: [“Iemand die naar iets goeds leidt, heeft een beloning die vergelijkbaar is met die van zijn doener” – Sahieh Muslim 4665] & [‘Voorwaar, Allah, Zijn engelen, de bewoners van de hemelen en de aarde – zelfs de mier in zijn hol, zelfs de vis – zendt zegeningen uit over degene die de mensen leert goed te doen. “- Sunan al-Tirmidhī 2685}

1 Comment

Reacties zijn gesloten.