De vrouwen van de Profeet Moḥammed(ﷺ)

Bismillah ir-Rahman ir-Rahim, “in de naam van God, De Weldadige, De Barmhartige”.

1 Rabi ul Awal 1442 AH[1]

“Oh vrouwen van de Profeet! Jullie zijn niet als andere vrouwen, als jullie Allāh vrezen. Wees daarom niet minzaam (verleidelijk) in jullie manier van spreken, waardoor degene in wiens hart een ziekte is begeerte gaat voelen, en spreek op een eerbare manier. En blijf in jullie huizen. En stel je (schoonheid) niet tentoon zoals in de tijden van de onwetendheid werd gedaan. En onderhoudt de gebeden en geef Zakaat en gehoorzaam Allāh en Zijn Boodschapper. Allāh wenst slechts de onreinheid van jullie weg te nemen, Oh Lieden van het huis, en jullie schoon en zuiver te maken.” (Qoer’aan: Soera Al-Ahzab 33: 33, 34)

Wie waren de vrouwen van de Profeet (ﷺ) [2] ? Hoeveel vrouwen heeft hij gehad? Wat waren de eigenschappen van elk van deze vrouwen? Waarom heeft hij deze vrouwen gehuwd? In dit artikel kan u de antwoorden hierop vinden.

Khadijah bint Khuwaylid (رضي الله عنها) [3]

Eerste vrouw van de profeet Moḥammed[4] (ﷺ), ze was lange tijd een van de rijkste handelaars in Mekka geweest. Opvallend onder de dames uit de regio Mekka, waar zij de bijnaam “de grote” of “de prinses” had. Gekend voor haar vroomheid gaf ze een fortuin uit voor het helpen van de meest armen in de gemeenschap en ze zou nooit geloofd hebben in de afgoden van de pre-Islamitische periode van haar leven. Ze heeft de Profeet (ﷺ) leren kennen als haar werknemer en heeft hem ten huwelijk gevraagd terwijl ze 40 jaar oud was en hij 25 jaar. Ze was toen een weduwe en had al enkele kinderen. Ze hadden een gelukkig huwelijk en verscheidene kinderen[5]. Alle kinderen dat de Profeet (ﷺ) waren via Khadijah(ر), behalve Ibrahiem die hij had met Māriyah de Koptische (ر). Toen de Profeet (ﷺ) de eerste openbaring ontving in de grot Hiraa was Khadijah (ر) de eerste met wie hij deze bijzondere ervaring deelde. Moḥammed (ﷺ) was zo onder de indruk dat hij zeer was toegedaan en Khadijah (ر) troostte hem en was daarna de eerste die de boodschap aannam. Met haar geloof, geld en connecties heeft ze heel haar verdere leven ten dienste gesteld van de jonge Islamitische gemeenschap die vele beproevingen kende vanwege de afgodenaanbidders. Ze heeft deze wereld verlaten op de leeftijd van 65 jaar (in november 619 G.T.)[6] en heeft de Profeet (ﷺ) gedurende 10 jaar ondersteund in zijn taak om de Islaam of onderwerping aan Allāh te prediken en dit gedurende 25 jaar huwelijk.

Sawda bint Zam’ah ibn Qays (رضي الله عنها)

Zij is van de stam der Qoeraych en dochter van Zamaa bin Qays ibn Adb Chams en van Al Choemoess ibn Qays ibn Zeid. Als pionier onder moslimvrouwen en een van de eerste vrouwen die naar Abessinië emigreerde ten tijde van de vervolgingen in Mekka, had ze daar haar man As-Soekran ibn ‘Amr verloren voordat de Profeet Moḥammed (ﷺ) om haar hand vroeg. Zij blijft met vijf kinderen achter in een vreemd land en besluit ondanks de vervolging van de moslims in Mekka terug te keren. Khawla, een van de eerste vrouwen die de Islaam omarmde, die met Sawda (ر) emigreerde, ging op zoek naar de Profeet (ﷺ). Ze prees de kwaliteiten van Sawda (ر) bij de Boodschapper die onder de indruk was van de moed, kracht en standvastigheid van deze vijftigjarige vrouw. Het huwelijk met de Profeet (ﷺ) had plaats tijdens de maand en vasten van Ramadaan in het jaar 620 G.T. en dit één jaar na de dood van Khadijah (ر) en 3 jaar voor de Hidjra[7] naar Medina. Iedereen was wat verwonderd over de keuze van de Profeet (ﷺ) aangezien zij ouder was (65) dan hij (50) en niet bijzonder mooi. In de vooravond van de dood van onze geliefde Profeet (ﷺ) gaf ze haar nacht af aan Aïsha (ر). Het huwelijk duurde 14 jaar ze stierf op 79-jarige leeftijd. Na de dood van de Rasoel Allāh (ﷺ) spendeerde ze haar tijd aan het doen van goede werken. De eerste kalief van de Omajjadische dynastie[8], Moe’aawiya schonk haar een woning.

Aïsha bint Aboe Bakr (رضي الله عنها)

Aïsha (ر) was derde en jongste vrouw van Profeet (ﷺ). Ze was de dochter van de dichtstbijzijnde man bij de Profeet (ﷺ) dit is Aboe Bakr Siddiq (ر) [9] en aldus had voor haar huwelijk al een indruk wie de Profeet (ﷺ) was. Ze liet de wereld zien hoe een vrouw veertien eeuwen geleden beter geïnformeerd kon zijn dan mannen, politicus of krijger. Ze had een briljante geest en een opmerkelijke herinnering. Zij droeg tot de verspreiding van de boodschap van de Boodschapper (ﷺ) bij en diende de Moslimgemeenschap 44 jaar na de dood van Rasoel Allāh[10] (ﷺ). Ze was ook betrokken bij religieuze zaken en politieke gebeurtenissen. Ze is ook bekend voor het vertellen van 2210 hadiths[11].

Aïsha’s (ر) favoriete tijdverdrijf, als een meisje, was swingen en spelen met poppen. Eenmaal op een bezoek aan haar vader Aboe Bakr (ر), Profeet (ﷺ) zag haar spelen met een gevleugeld paard. Ze was toen amper vijf jaar oud. Hij vroeg haar wat het was. Zij antwoordde dat het een paard was. Hij (glimlachte en antwoordde dat paarden geen vleugels hadden! Zij antwoordde onmiddellijk dat de Profeet Soelayman (ر) gevleugelde paarden had. Dit incident onthult verschillende dingen over haar. Ten eerste was zij intelligent, briljant, goed geïnformeerd over religieuze en historische zaken. Ook, op zo’n jonge leeftijd, ze had een buitengewoon geheugen. Ze vergat bijna nooit iets als ze het hoorde. Ten tijde van de Hidjra, (migratie van Makkah naar Medina) van de Profeet (ﷺ), was zij amper acht jaar oud, maar ze herinnerde zich jaren later zelfs kleine details over die historische en gedenkwaardige zet, toen de eerste Islamitische staat in opkomst was. Wellicht had zijn een hoger IQ dan de gemiddelde mensen in die tijd.

Wat betreft haar huwelijk met de Profeet (ﷺ) heeft ze gezegd: ‘Allāh’s boodschapper (ﷺ) zei (tegen mij): “Je werd mij twee keer in (mijn) droom getoond. Zie, een man (Engel) droeg je in een zijden doek en zei tegen mij: “Ze is je vrouw, dus ontdek haar,” en zie, jij was het. Ik zie bij mezelf: “Als dit van Allāh is, dan moet het gebeuren. ” (Sahih Boekhari: 7011)

Het toont aan dat de Rasoel Allāh (ﷺ) met haar volgens het bevel van Allāh huwde. De Profeet (ﷺ) nam haar en Sawda bint Zama (ر) op hetzelfde moment, maar hij trouwde met de laatste en die bleef bij hem voor drie jaar totdat hij trouwde met Aïsha (ر) in Shawwal na de Slag bij Badr. De jonge bruid, dan, verhuisde naar het nieuwe huis van de Profeet (ر), die bestond uit een kamer naast de Masjid-e-Nabawi (Moskee van de Profeet) in Medina en het huis werd gebouwd van klei en palmbomen. De kamer was met een tapijt van palmbladeren met zo goed als geen meubels. Als voor de deur was er slechts een gordijn. In zo’n bescheiden kamer begon Aïsha (ر) haar huwelijksleven en uiteindelijk zou zij de referentie worden voor de overleveringen van het leven en uitspraken van de Profeet (ﷺ) waarnaar de soennitische moslims zich richten voor leiding en verlichting. Aldus kunnen we zeggen dat we als lerares een vrouw hebben gehad. Hier zit een grote wijsheid in en dit ook de reden waarom de onze Profeet (ﷺ) haar tot een van zijn vrouwen moest nemen.

Op een bepaald moment gebeurt er iets verschrikkelijks in haar leven, ze wordt beschuldigd van overspel.

Een groep van ‘moenafiqs’ (hypocrieten), die moslim leken te zijn maar in feite niet waren, zocht altijd naar de dingen/ incidenten die het leven van de Rasoel Allāh (ﷺ) en zijn metgezellen bij elke mogelijke gelegenheid verstoorden. Ze konden het zelfs aandurven om zijn reine privéleven te beledigen en te belasteren.

Het incident van Ifk[12] is de laster door Abdoellah bin Oebai, de leider van de huichelaars, tegen Aïsha bint Aboe Bakr (ر). Toen de mars voor terugkeer uit Banoe Moestaliq werd bevolen, was Aïsha (ر) niet in haar tent, omdat ze op zoek was gegaan naar een ketting die ze had laten vallen (die haar door haar moeder was gegeven). Omdat de ruimte waarin ze reisde[13], gesluierd was en haar afwezigheid pas werd opgemerkt toen het leger de volgende rustplaats bereikte. Toen Aïsha (ر) ontdekte dat het legerkonvooi weg was, bleef ze daar zitten en ging ze zitten, in de hoop dat iemand terug zou komen om haar op te halen als haar afwezigheid werd opgemerkt. Het was nacht en ze viel in slaap. De volgende ochtend werd ze gevonden door Safwan ibn Al-Moeattal (ر), die altijd achter het leger bleef en controleerde of er iets was achtergebleven en die dingen vervolgens naar het leger bracht. Hij zette haar op zijn kameel terwijl hij de kameel te voet leidde en begon snel te lopen om het leger in te halen. Ze konden de soldaten lange tijd niet inhalen.

Ten slotte bracht Safwan ibn Al-Moeattal (ر) haar terug naar Profeet (ﷺ) in het volgende kamp van het leger. Dit vormde een gelegenheid voor de vijanden van de Profeet (ﷺ) om een kwaadaardig schandaal tegen Aïsha (ر) ‘de moeder der gelovingen’ aan te wakkeren. Abdoellah ibn Oebai wilde, samen met andere hypocrieten, gebruik maken van dit incident. Hij drukte zijn kwade bedoeling uit door te zeggen: “Bij Allāh, noch Aïsha noch Sawfan zullen van de straf worden gered.” Hij sprak vele andere gemene zinnen uit. Hij verspreidde valse geruchten onder de soldaten van het leger en het leger werd geschokt door het gerucht.

Toen het leger en konvooi Medina bereikten, werd Aïsha (ر) vreselijk ziek van de emoties en kreeg koorts. Aïsha (ر) had een hele maand extreme pijn en angst vanwege de laster die over haar werd verspreid. Allāh’s Boodschapper (ﷺ) en Aïsha’s ouders hoorden ook over de gebeurtenis, maar ze vertelden haar nooit iets.

In feite wist de Rasoel Allāh (ﷺ) heel goed dat Aïsha (ر), zijn vrouw, vrij was van dergelijke laster. Hij was echter depressief dat zulke valse, sluwe en geplande laster zich onder de mensen verspreidde. De toespraak die hij in de moskee hield, drukte het duidelijk uit: “O moslims! Wie zal mij helpen tegen de man die mij kwaad heeft gedaan door mijn vrouw te belasteren? Bij Allāh, ik vind niets in mijn vrouw dan goedheid en de persoon die de mensen in dit verband hebben genoemd, is door en door een vroom persoon. ” [Sahih Moeslim: 2770 (a)]

Aïsha (ر) was niet bang en maakte zich geen zorgen over deze geruchten. Ze wist dat ze onschuldig was en dat Allāh haar niet onrechtvaardig zou behandelen. Haar ouders waren erg bang omdat ze bang waren dat de geruchten door Allāh zouden worden bevestigd. [Ref. Sahih Moeslim: 2770 (a)]

De Profeet (ﷺ) toonde de tekenen van het ontvangen van openbaring zoals zweten en hij begon te zweten vanwege de last van woorden van Allāh terwijl ze zelfs tijdens het winterseizoen op hem neerdaalden en daar vielen de druppels van zijn zweet als zilveren kralen. Toen de staat van openbaring eindigde, glimlachte de Rasoel Allāh (ﷺ) blij.

Hij zei tegen Aïsha (ر): “Blije tijdingen O Aïsha! Allāh sprak je vrij en verklaarde dat je vrij was en weg van die laster. ” [Ref. Sahih Moeslim: 2770 (a)]

Allāh verklaarde duidelijk in de verzen van de Qoer’aan (Soera Nur-24: Verzen 11-20) dat Aïsha (ر) onschuldig was. Aldus vertelde Allāh Zijn Boodschapper (ﷺ) in deze verzen dat wat er werd gezegd over Aïsha bint Abi Bakr (ر) niets anders was dan laster.

Toen Abdoellah ibn Abbas (ر) eenmaal werd gevraagd naar de interpretatie van de verzen gerelateerd aan Aïsha (ر), legde hij ze als volgt uit: “Allāh sprak vier mensen vrij van vier dingen en bevrijdde hen van de laster. Een van hen was Aïsha bint Abi Bakr (ر) door de prachtige verzen van de glorieuze Qoer’aan, die bewaard zullen blijven tot de dag des oordeels; deze laatste vrijspraak is niet geëvenaard. Kijk en zie het verschil tussen deze vrijspraak en de andere. “

Haar ouders werden overweldigd door een trotse opluchting; trots dat hun dochter geëerd was met een Qoer’aan-openbaring, en opluchting dat ze werd vrijgesproken van elk vergrijp. Aïsha (ر) was Allāh dankbaar omdat Hij ter ere van haar Qoer’aan-verzen had geopenbaard en deze zouden worden gereciteerd tot de Dag des Oordeels.

Toen de Rasoel Allāh (ﷺ) ziek werd, na zijn terugkeer van de afscheidsbedevaart, voelde hij dat hij op het punt stond te sterven. Hij begon zijn vrouwen te vragen in wiens huis / kamer hij  zou blijven. ‘De moeders van gelovigen’ kwamen er uiteindelijk achter dat hij probeerde vast te stellen wanneer het de dag zou zijn dat hij bij Aïsha (ر) zou verblijven volgens de beurtrol onder zijn vrouwen, en ze lieten hem vervolgens daar met rust gaan.

De Profeet (ﷺ), verhuisde toen naar de kamer van Aïsha (ر) die dag en nacht voor hem zorgde. Ze zou zichzelf voor hem willen opofferen door te zeggen: “Ik offer je met mijn vader en moeder, oh Rasoel Allāh.”

Op het laatste moment van het leven van de Profeet (ﷺ) werd zijn hoofd op Aïsha’s (ر) knieën gelegd en blaasde hij zijn laatste adem uit in de armen van Aïsha (ر).

Al-Dhahabi citeerde een gezegde van de Profeet (ﷺ) die had gezegd dat de ziel van een Profeet zijn lichaam achterlaat op de plaats die hij het leukst vindt. Het is dus bewezen dat hij stierf op zijn favoriete plek, in het appartement van Aïshah (ر) en hij werd dan ook daar begraven.

Na de dood van de Rasoel Allāh (ﷺ), die een einde maakte aan hun veertienjarig huwelijk, leefde Aïsha (ر), volgens verschillende bronnen, nog 47-48 jaar, voornamelijk in Medina. Een groot deel van haar tijd werd besteed aan het leren en verwerven van kennis van de Qoer’aan en de Sunnah. Aïsha (ر) was een van de drie vrouwen van de Profeet (ﷺ) die ‘Hafiza’ van de Qoer’aan was (iemand die de hele Qoer’aan vanbuiten kent). De andere twee ‘Hafiza’ zijn Hafsa bint ‘Oemar (ر) en Oemm Salama (ر).

Vanwege haar kennis van de Qoer’aan en de soennah / hadith, raakte Aïsha (ر) betrokken bij de politiek van de vroege Islaam en de eerste drie kaliefen. In een tijd in de Islaam waarin van vrouwen niet werd verwacht dat ze een bijdrage leverden buiten het huishouden, hield Aïsha (ر) openbare toespraken, raakte rechtstreeks betrokken bij oorlogvoering en zelfs veldslagen en hielp zowel mannen als vrouwen om de praktijken van de Rasoel Allāh (ﷺ) te begrijpen.

Aïsha (ر) stond bekend als een intelligente vrouw die met mannelijke metgezellen debatteerde over de wet. Az-Aoebairi zei: “Als we de kennis van Aïsha zouden vergelijken met alle vrouwen, zou Aïsha hen overtreffen.”

Hisham lbn Oerwa (een prominente verteller van hadith) zei: ‘Ik heb nog nooit iemand gezien die beter kennis kon hebben van een ayah (Qoer’aan vers), een verplichte handeling, een soennah-handeling, poëzie, geschiedenis, genealogie, oordeel of medicijn dan Aïsha (ر). Ik vroeg haar eens: ‘Hoe zit het met medicijnen? Hoe heb je het geleerd, tante?’ Zij antwoordde: “Toen ik ziek was, schreef de Profeet (ﷺ) mij (behandeling) voor, net als hij deed toen de mensen ziek werden. Ik hoorde ook de mensen elkaar een behandeling voorschrijven. Daardoor heb ik dergelijke recepten uit mijn hoofd geleerd.”

Tijdens het Kalifaat van haar vader Aboe Bakr Siddiq (ر) werd Aïsha (ر) geëerd met de titels ‘As-Siddiqa bint As-Siddiq’ (de waarheidsgetrouwe vrouw, dochter van de waarheidsgetrouwe man). Tijdens het Kalifaat van ‘Oemar Ibn Khattab (ر) bleef Aïsha (ر) de rol van adviseur in politieke aangelegenheden spelen. En tijdens het Kalifaat van Oethman ibn Affan (ر) had Aïsha (ر) de eerste paar jaar weinig betrokkenheid met hem, maar uiteindelijk vond ze een weg naar de politiek binnen zijn regering. En vervolgens tijdens het Kalifaat van Ali ibn Talib (ر) trok Aïsha (ر) zich terug uit haar publieke rol in de politiek en werd ze lerares in Medina.

Zoals u kan merken heeft ze een grote invloed gehad op de regeerders binnen de Islaam en heeft ze heel duidelijk kunnen weergeven hoe de Profeet (ﷺ) de zaken zou hebben beschouwd. We kunnen nu begrijpen waarom Allāh haar als een van de echtgenoten van de Profeet (ﷺ) heeft gekozen en ook waarom ze zo jong moest zijn. Als ze de leeftijd van de Profeet (ﷺ) had gehad zou ze niet lang na zijn door zijn gestorven, daar de levensverwachting van mensen in die tijd niet zo bijzonder lang was. Maar nu heeft ze nog heel lang geleefd na zijn dood en aldus wanneer de fundamenten van de Islamitische staat werden gelegd aanwezig geweest met raad en daad. Aldus getuigt dit van de grote wijsheid van Allāh, en wie had hieraan kunnen twijfelen behalve de kaffiroen[14].

Aïsha (ر) stierf in haar huis in Medina op 17 Ramadan 58 AH. Ze was 66-67 jaar oud. Ze werd begraven op ‘Jannat-oel-Baqi ‘, de begraafplaats in Medina (naast de moskee van de Profeet ﷺ). Aboe Hoerairah (ر) leidde haar salaat oel Djanzah (begrafenisgebed).

Hafsa bint ‘Oemar ibn al-Khattaab (رضي الله عنها)

Hafsa (ر) werd ongeveer 5 jaar voor het begin van de openbaring aan Moḥammed (ﷺ) in Mekka geboren. Haar vader was de latere Kalief ‘Oemar ibn al-Khattaab en haar moeder Hazrat Zainab bint Maz’oen. Ze was een van de eersten die zich tot de Islaam bekeerde en was een van de emigranten naar Medina met haar eerste echtgenoot Khouneïs ibn Hudhafa As-Sahmi (622 G.T.). Haar man nam deel aan de slag bij Badr (in 624 G.T.) en aan die van Uhud (in 625 G.T.), hij stierf als gevolg van de laatste.

Haar vader, ‘Oemar (ر), had medelijden met zijn dochter en om haar te troosten wilde hij met haar hertrouwen. Hij stelde daarom aan Oethman ibn Affan (ر) voor om met hem te trouwen, maar hij weigerde. Hij stelde Aboe Bakr (ر) voor, maar hij antwoordde hem niet, en ten slotte stelde de Profeet Moḥammed (ﷺ) zichzelf voor aan ‘Oemar (ر) om haar een aanzoek te doen.

‘Oemar (ر) vertelt: “Ik ontmoette Oethmen ibn Affan en ik stelde hem voor om met Hafsa te trouwen, dus ik zei tegen hem:” Als je wilt, zal ik je trouwen met Hafsa, de dochter van ‘Oemar “. Oethman antwooden hem: “Ik zal nadenken”, Na een paar dagen weigerde hij en zei dat hij nu niet wilde trouwen. ‘Oemar zei: “Ik zal haar aan Abou Bakr voorstellen”, Hij zei tegen hem: “Als je wilt, zal ik je trouwen met Hafsa, de dochter van ‘Oemar”, Aboubakr antwoordde niet, ‘Oemar zei: “Ik was meer boos over wat Abou Bakr zei, dat hij mij niet antwoordde, meer dan van de weigering van Oethman ”. “Na een paar dagen vroeg de Rasoel Allāh (ﷺ) haar ten huwelijk en ik accepteerde het. Toen kwam Abou Bakr me tegemoet en zei tegen me: “Ben je boos op me geworden dat ik je geen antwoord gaf over Hafsa?” Ik zei tegen hem: “Inderdaad”. Hij zei: “Ik deed dit alleen omdat ik wist dat Allāh’s Boodschapper (ﷺ) haar wilde, dus ik wilde het geheim van Allāh’s Boodschapper niet onthullen, en als hij haar niet wilde, zou ik met haar getrouwd zijn.”

Het was in het jaar 3 AH (625) dat Moḥammed, 55 jaar oud, Hafsa (ر) als zijn vierde vrouw nam, die ongeveer 20 jaar oud was.

Ze was een vrome moslim, groeide op te midden van de oudere metgezellen van de Profeet (ﷺ) en belichaamde hun kenmerken. Ze observeerde vaak het vrijwillige vasten en bleef de meeste nachten wakker met het verrichten van het Tahajoed-gebed.

De relaties tussen de echtgenoten zouden niet altijd even goed zijn geweest. ‘Oemar zou tegen haar hebben gezegd tijdens het grote geschil tussen de profeet en zijn vrouwen:’ Hafsa, ik heb gehoord dat je de Rasoel God wat problemen bezorgt. Je moet weten dat hij niet van je houdt en dat als ik je vader niet was geweest, hij je zou hebben verstoten ”. Toen ze dit hoorde, huilde ze bitter.”

Daarom laat het weinig twijfel over waarom ze werd gekozen als een van de vrouwen van de profeet van Islaam in dit leven en in het hiernamaals. De aartsengel Gabriël (as) getuigde van haar eigenschappen tegenover haar man: “Ze vast vaak en bidt vaak’ s nachts; zij zal je vrouw zijn in het paradijs.”(Mustadrak al-Hakim)

In het jaar 3 AH won Hafsa (ر) snel de vriendschap van twee andere vrouwen van Moḥammed (ﷺ), Sawda (ر) en Aïsha (ر). Ze ontwikkelde een echte band met Aïsha (ر) aangezien ze vrouwen waren van ongeveer dezelfde leeftijdscategorie. 

De relaties tussen de echtgenoten zouden niet altijd even goed zijn geweest. “’‘‘‘Oemar zou tegen hem hebben gezegd tijdens het grote geschil tussen de profeet en zijn vrouwen:’ Hafsa, ik heb gehoord dat je de Rasoel God wat problemen bezorgt. Je moet weten dat hij niet van je houdt en dat als ik je vader niet was geweest, hij je zou hebben verstoten ”. Toen ze dit hoorde, huilde ze bitter.”

Hafsa (ر) wist dat Moḥammed (ﷺ) de voorkeur gaf aan andere vrouwen boven haar, wat haar pijn deed. Zijn vader ‘Oemar bleef tegen haar zeggen: “Je hebt noch de genade van Aïsha, noch de schoonheid van Zaynad (ر) … Weet je zeker dat als je de profeet boos maakt, God je niet met Zijn woede zal overweldigen?”

Zaynab bint Khoezaymah (رضي الله عنها)

Geboren in 595 G.T., was ze, vóór haar huwelijk met de Profeet (ﷺ), de vrouw geweest van verschillende mannen. Eerst was ze gehuwd met Toefail bin Harith, die haar scheidde of stierf. Hierna trouwde ze met haar voormalige schoonbroer Oebaydah ibn al-Harith , neef en metgezel van de Profeet (ﷺ)  die zijn leven verloor in de slag bij Bader. Ibn Kathir, in zijn 14e-eeuwse Sira, verwees naar Zaynabs (ر) eerste echtgenoot als Hoesayn bin al-Harith, en haar derde huwelijk met Abdoellah ibn Jahsh, die werd gedood in de Slag bij Oehoed.[15]

Er werd gezegd dat het huwelijk, dat plaatsvond tijdens de maand Ramadan, bedoeld was om zijn volgelingen te verzekeren dat hun dood in de strijd niet zou betekenen dat hun families zouden verhongeren en verwaarloosd zouden worden

Ze was al moeder van tien kinderen en kreeg al heel vroeg de bijnaam de moeder van de arme (Oemm al-Masakin), omdat ze veel energie en tijd stak in het helpen van de behoeftigen. Op een gegeven moment kwam er een arme man naar haar huis om wat meel te bedelen, en ze gaf hem de laatste van haar eigen meel en ging die avond zonder eten. Moehammad (ﷺ) was ontroerd door haar medeleven en vertelde zijn andere vrouwen erover en predikte dat “als je geloof in Allāh hebt … hij voor je levensonderhoud zou zorgen, net zoals hij dat doet voor de vogels, die ‘s morgens hongerig hun nest verlaten., maar kom ‘s nachts vol terug “. Verder is er weinig over haar bekend. De eerste van de vrouwen van de Profeet (ﷺ) die afkomstig was van een stam die niet tot de Qoeraisj behoorde, had ze een aanzienlijke bruidsschat (400 dirham of 12 ons goud dit is 340 gr[16]) ontvangen van de eerste Rasoel Allāh (ﷺ) die kort na de dood van haar laatste echtgenoot naar haar was gekomen om met haar te trouwen.

Er werd gezegd dat het huwelijk, dat plaatsvond tijdens de maand Ramadan, bedoeld was om zijn volgelingen te verzekeren dat hun dood in de strijd niet zou betekenen dat hun families zouden verhongeren en verwaarloosd zouden worden

Dat er zo weinig van haar is beken heeft een ​​goede reden, ze zou slechts twee jaar na haar huwelijk met de Profeet (ﷺ) sterven. Dit is de enige vrouw die voor hem stierf. De profeet zelf had haar toen begraven op de beroemde al-Baqi-begraafplaats[17].

Na haar dood bleef haar huishouden in Moehammad’s (ﷺ) verblijfplaats een opmerkelijke periode leeg, voordat zijn zesde vrouw, Oemm Salama (ر), werd ingetrokken en merkte op: “Hij trouwde met mij en verplaatste me naar de kamer van Zaynab bint Khoezayma (ر), de moeder van de Armen.”

(Hind) Oemm Salama (ر)h bint Aboe Oemayyah (رضي الله عنها)

Geboren in 596 AH, is ze de dochter van Aboe Oemayya ibn al-Moeghira en haar moeder was ‘Ātikah bint’ Āmir ibn Rabī’ah, van de Firas ibn Ghanam-tak van de Kinana stam. Haar vader was een beroemde Mekkaanse leider die ooit deelnam aan de wederopbouw van de Ka’ba in het pre-Islamitische tijdperk, en de neef was van de metgezel en generaal van de Moslimlegers Khalid ib al-Walid. Ze was ook gekend als Hind al-Makhzoemiyah bint Soehayl.

Eerst getrouwd met Aboe Salama Abd Allāh ibn Abd al-Asad al-Makhzoemi, een metgezel die stierf aan zijn verwondingen na de slag om Oehoed, had Oemm Salama (ر) aan het begin van Openbaring de Islaam omarmd.[18] Het was in het gezelschap van haar echtgenoot dat ze aldus een van de eerste emigranten in Abessinië was geweest, en vervolgens van degenen die de hidjra[19] naar Medina hadden gemaakt.

Naarmate de vervolging heviger werd, begonnen de nieuwe moslims te zoeken naar mogelijkheden om Mekka te verlaten. Moehammad (ﷺ) droeg zijn pas bekeerde volgelingen, waaronder Oemm Salama (ر) en Aboe Salama, op om naar Abessinië te migreren. Oemm Salama (ر) verliet haar eervolle leven in haar clan in Mekka om de migratie te maken. Terwijl ze in Abessinië waren, werd deze moslims verteld dat er een afname van de vervolging was geweest samen met een toename van het aantal moslims in Mekka. Deze informatie zorgde ervoor dat Oemm Salama (ر), haar man en de rest van de moslimemigranten terugreisden naar Mekka. Bij hun terugkeer naar Mekka begonnen de Qoeraisj opnieuw de moslims venijnig te vervolgen. In reactie daarop gaf Moḥammed (ﷺ) zijn volgelingen instructies om naar Medina te migreren, ook wel bekend als de hidjra. Oemm Salama (ر), samen met haar man en zoon, waren van plan om samen de hidjra te maken, maar dit werd gestopt toen de clan van Oemm Salama (ر) haar dwong in Mekka te blijven, terwijl de clan van Aboe Salama het kind nam.

Oemm Salama (ر) vertelde dit verhaal: “Voordat we echter uit Mekka waren, hielden enkele mannen van mijn clan ons tegen en zeiden tegen mijn man: ‘Hoewel je vrij bent om met jezelf te doen wat je wilt, heb je geen macht over je vrouw. Ze is onze dochter. Verwacht u dat wij u toestaan ​​haar bij ons weg te halen? ‘ Toen besprongen ze hem en rukten me bij hem weg. De clan van mijn man, Banoe ‘Abd al-Asad, zag dat ze me meenamen en werd heet van woede. ‘Nee! Bij Allāh ‘riepen ze,’ we zullen de jongen niet in de steek laten. Hij is onze zoon en we hebben een eerste aanspraak op hem. ‘ Ze pakten hem bij de hand en trokken hem bij me weg.”

Aboe Salama reisde alleen naar Medina en liet zijn vrouw en kind in Mekka achter. Na enige tijd kreeg Oemm Salama (ر) toestemming van de Qoeraisj om Mekka te verlaten en kreeg ze haar zoon terug van de stam van haar man. Met haar zoon voltooide ze de hidjra en werd opnieuw verbonden met haar man.

Tijdens haar huwelijk met Aboe Salama zou Oemm Salama (ر) (in een verhaal verteld door Ziyad ibn Abi Maryam) haar man hebben gevraagd om af te spreken dat wanneer een van hen stierf, de ander niet zou hertrouwen. Aboe Salama reageerde echter door Oemm Salama (ر) te instrueren om na zijn dood te hertrouwen. Hij verrichte de volgende du’a (smeekbede): “O Allāh, voorzie Oemm Salama na mij van een betere man dan ik, die haar niet zal bedroeven of haar zal verwonden!”

Haar echtgenoot stierf in de strijd, ze had respectievelijk de hand van Aboe Bakr (ر) en ‘Oemar ibn al-Khattab (ر) geweigerd voordat ze op haar 32 jaar een van de echtgenotes van de Boodschap van Allāh (ﷺ) werd. De du’a van Aboe Salama was verhoord en ze trouwde aldus met de beste mens op aarde.

Mooi en heel dicht bij de Profeet (ﷺ), had ze hem tijdens verschillende veldslagen vergezeld, zelfs deelgenomen aan het beroemde verdrag van Hoedaydiya; Bovendien was zij het die de Profeet (ﷺ) had geadviseerd een dier te offeren om de hongerigen en de twijfelaars. Ze was geletterd en zijn haar bijna 400 Hadith verschuldigd; zij is nog de enige, met Aïsha (ر) en Khadijah (ر), die de openbaring van bepaalde verzen heeft bijgewoond. Ze was al moeder van vier kinderen uit haar eerste huwelijk (Salama (ر), ‘‘Oemar (ر), Zaynad (ر) en Roeqayyah (ر)) toen ze met de Profeet (ﷺ) van de Islaam trouwde. Ze verliet deze wereld in haar 64ste na de eerste intra-moslimconflicten te hebben doorlopen en religieuze wetenschappen te hebben onderwezen aan veel studenten.

Zaynab bint Jahsh (رضي الله عنها)

Ze was een nicht van de Profeet (ﷺ) en had, nadat ze een echtgenoot had verloren, als echtgenoot de geadopteerde zoon van de Profeet (ﷺ), Zayd ibn Harithah. Rond 625 stelde Moḥammed (ﷺ) aan Zaynab (ر) voor om te trouwen met zijn geadopteerde zoon, Zayd ibn Harithah. Zayd was geboren in de Kalb-stam, maar als kind was hij ontvoerd door slavenhandelaren. Hij was verkocht aan een neef van Khadija bint Khuwaylid, die hem op haar beurt als huwelijksgeschenk aan haar echtgenoot Moḥammed (ﷺ) had gegeven. Na enkele jaren had Moḥammed (ﷺ) Zayd gemanumiteerd[20] en hem als zijn zoon geadopteerd.

Zaynad (ر), gesteund door haar broer Abdoellah, weigerde aanvankelijk het voorstel op grond van: “Ik ben de weduwe van een Qoeraisj.” Het betekenden vermoedelijk dat de sociale status van Zaynad (ر) te hoog was om haar met een ex-slaaf te laten trouwen. Er wordt beweerd dat deze sociale verschillen precies de reden waren waarom Moḥammed (ﷺ) het huwelijk wilde regelen:

“De profeet was zich er terdege van bewust dat het de positie van een persoon in de ogen van Allāh is die belangrijk is, in plaats van zijn of haar status in de ogen van de mensen … hun huwelijk zou aantonen dat het niet belangrijk was wie hun voorouders waren, maar veeleer hun status in de ogen van Allāh, dat deed er toe.”

Er is ook gesuggereerd dat hij de legitimiteit en het recht op gelijke behandeling van de geadopteerden wilde bewijzen. Montgomery Watt daarentegen wijst erop dat Zayd hoog in aanzien stond bij Moḥammed. ‘Ze kan nauwelijks hebben gedacht dat hij niet goed genoeg was. Ze was echter een ambitieuze vrouw en had misschien al gehoopt met Moḥammed te trouwen; of ze wilde misschien met iemand trouwen met wie Moḥammed (ﷺ) niet wilde dat zijn familie door dit huwelijk een alliantie aangingen.

Toen Moḥammed (ﷺ) een nieuw vers van de Qoer’aan aankondigde: “Het past een gelovige man of een gelovige vrouw niet, wanneer Allāh en Zijn Boodschapper over een bepaalde zaak een besluit hebben genomen, dat zij dit in twijfel trekken. En iedereen die Allāh en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, verkeert zeker in een duidelijke dwaling.” Soera Al-Ahzaab 33:36

Hierop stemde Zaynad (ر) toe en trouwde met Zayd.  Moḥammed (ﷺ) betaalde persoonlijk de bruidsschat van 160 dirham in contanten, een mantel en sluier, een wapenrusting, 50 moedd[21] graan en 10 moedd dadels.

Er gaat een verhaal rond, maar dit heeft geen authentieke hadith ter ondersteuning dat de Profeet (ﷺ) een bezoek bracht aan het huis van Zayd. Het gordijn dat als voordeur van Zaid diende, werd opzij geblazen, waardoor Zaynad (ر) per ongeluk licht gekleed zichtbaar was. Zaynad (ر) stond op om zich aan te kleden en zei tot Moḥammed (ﷺ) dat Zayd niet thuis was, maar hij was welkom. Hij (Moḥammed ﷺ) kwam echter niet binnen. Hij riep bij zichzelf uit: “Alle lof zij Allāh, die harten omdraait!” en vertrok toen. Toen Zayd thuiskwam, vertelde Zaynad (ر) hem wat er was gebeurd. Zayd ging naar Moḥammed (ﷺ) en zei: “Profeet, ik heb van je bezoek gehoord. Misschien bewonder je Zaynad (ر), dus ik zal van haar scheiden.” Moḥammed (ﷺ) antwoordde: “Nee, vrees Allāh en bewaar je vrouw.”  Hierna was er een conflict tussen het paar, en Zaynad (ر) gaf Zayd geen toegang meer tot de slaapkamer.

 Sommige commentatoren vonden het absurd dat Moḥammed (ﷺ) zich op een dag plotseling bewust zou worden van Zaynads (ر) schoonheid nadat ze haar haar hele leven had gekend; als haar schoonheid de reden was geweest voor Moḥammed (ﷺ) om met haar te trouwen, zou hij in de eerste plaats met haar zelf getrouwd zijn geweest in plaats van haar huwelijk met Zayd te regelen.

Een nauwelijks gelukkig huwelijk met Zayd was twee jaar later gevolgd door een scheiding (december 626). Als het onderwerp zich leent voor meningsverschillen, weten we dat Zaynad (ر) met de Profeet (ﷺ) trouwde in het jaar 5 van de Hidjra (627 G.T.).

Moḥammed (ﷺ) verwachtte kritiek als hij met Zaynad (ر) trouwde. Het pre-Islamitische gebruik keurde het huwelijk tussen een man en de ex-vrouw van zijn geadopteerde zoon af. De Arabische samenleving zou deze unie als volkomen verkeerd hebben beschouwd; omdat ze van mening waren dat een geadopteerde zoon echt een “zoon” was, werd een man die met de vrouw van zijn geadopteerde zoon trouwde – zelfs als ze gescheiden was – als incestueus beschouwd. Daarom “verborg hij in zijn hart” het idee dat hij met haar zou kunnen trouwen. Dit interne conflict wordt genoemd in de Qur’aan soera Al-Ahzaab 33:37: “En (gedenk) toen jij (Oh Moḥammed) tot degene zei die Allāh gunsten had verleend en aan wie jij genade had gegeven: “Hou je vrouw voor jezelf en vrees Allāh.” Maar jij verborg in je hart wat Allāh openbaar wilde maken, en jij vreesde voor de mensen terwijl Allāh er meer recht op heeft dat je Hem zult vrezen. Toen Zaid geen behoefte meer aan haar had gaven Wij haar aan jou om te huwen, zodat er geen moeilijkheden onder de gelovigen zou bestaan met betrekking tot het (huwen van) de (voormalige) “vrouwen van hun geadopteerde zonen, wanneer de laatste niet de wens hebben om hen te houden. En Allāh’s bevel moet worden nageleefd.”

Nadat dit vers was aangekondigd, ging Moḥammed (ﷺ) verder met het verwerpen van de bestaande Arabische normen.  Daarna werd de juridische status van adoptie niet erkend onder de Islaam. Zayd keerde terug naar zijn oorspronkelijke naam “Zayd ibn Harithah” in plaats van “Zayd ibn Moḥammed”.

In het pre-Islamitische tijdperk beschouwden de Arabieren een geadopteerde persoon precies als een echte zoon of dochter wat betreft rechten, waaronder het recht op erfenis en heiligheden.

Sceptici hebben naar deze soera verwezen als een voorbeeld van een zelfzuchtige openbaring die Moḥammed’s verlangens weerspiegelde in plaats van de wil van Allāh. Sommige moslimhistorici hebben begrepen dat de discrepantie tussen Moḥammed’s persoonlijke gedachten en zijn uitgesproken woorden niet verwijst naar een verlangen om met Zaynad (ر) te trouwen, maar alleen naar een profetische voorkennis dat het huwelijk zou plaatsvinden. Hoe het ook zei Rasoel Allāh (ﷺ) had Zayd gezegd zijn vrouw te houden, dat Zaynad (ر) zelf stappen ondernam om te scheiden uit een huwelijk waar zij niet gelukkig in was, is niet de verantwoordelijkheid van de Profeet (ﷺ).

Medinese hypocrieten, een term die verwijst naar degenen die zich tot de Islaam bekeren terwijl ze ertegen werkten, deden veel geruchten over dit huwelijk.

Moḥammed (ﷺ) trouwde met Zaynad (ر) zodra haar wachttijd vanaf haar scheiding voorbij was, op 27 maart 627. Hij ging haar huis binnen toen ze hem niet verwachtte en zonder te kloppen. Ze vroeg hem: “Zal het zo zijn, zonder getuigen of wali[22] voor ons huwelijk?” Moḥammed (ﷺ) antwoordde: “Allāh is de Getuige en Gabriël is de wali.” 

De Profeet (ﷺ) gaf Zaynad (ر) een bruidsschat van 400 dirham. Later hield hij een bruiloftsbanket voor haar en slachtte een schaap. Anas ibn Malik zei dat er meer dan zeventig gasten waren en dat geen van de andere vrouwen van Moḥammed (ﷺ) zo’n groot banket kreeg.

Anas vertelt: Het huwelijk van Zainab bint Jahash werd genoemd in de aanwezigheid van Anas en hij zei: “Ik zag de Profeet geen beter banket geven bij het trouwen met een van zijn vrouwen dan degene die hij gaf bij het trouwen met Zaynad (ر). Hij gaf een banket met één schaap. “

Anas vertelt: “De profeet bood een bruiloftsbanket aan ter gelegenheid van zijn huwelijk met Zaynad (ر), en zorgde voor een goede maaltijd voor de moslims. Toen ging hij naar buiten zoals zijn gewoonte was toen hij trouwde, hij kwam naar de woonplaatsen van de moeders van de Gelovigen (dwz zijn vrouwen) riepen het goede (tegen hen) aan, en zij riepen het goede (tegen hem) aan. Toen vertrok hij (en kwam terug) en zag twee mannen (die daar nog steeds zaten). Dus ging hij weer weg. Ik kan het me niet herinneren of ik hem of door iemand anders op de hoogte had gebracht van hun vertrek.”

Zodra de mannen waren vertrokken, kondigde Moḥammed (ﷺ) een nieuwe ayat van de Qur’aan aan: “Waarlijk, de mannen die zich hebben overgegeven (aan Allāh) en de vrouwen die zich hebben overgegeven, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de mannen en vrouwen die (Allāh en Zijn Profeet)” gehoorzaam zijn, en de mannen en vrouwen die waarachtig zijn (zowel in hun uitspraken als in hun daden), en de mannen en vrouwen die geduldig zijn (door hun lusten en hartstochten in bedwang te houden, door weg te blijven van zonden en beproevingen doorstaan zonder daar Allāh de schuld van te geven), en de mannen en vrouwen die nederig zijn (vanwege hun ontzag voor Allāh), en de mannen en vrouwen die (de zakaat betalen en een deel van hun vermogens aan) liefdadigheid uitgeven, en de mannen en vrouwen die (niet alleen Ramadan) vasten (maar ook de aanbevolen dagen op vrijwillige basis meevasten), en de mannen en vrouwen die hun kuisheid beschermen (tegen ontucht en overspel), en de mannen en vrouwen die Allāh veelvuldig gedenken met hun harten en hun tongen (na het gebed en tijdens de nacht) : voor hen heeft Allāh vergiffenis voorbereid, (gevolgd door) een grote beloning (in het Paradijs).” – Soera Al-Ahzaab 33:35

 Aïsha geloofde dat Moḥammed’s favoriete vrouwen, na haarzelf, Zaynad (ر) en Oemm Salama (ر) waren. Ze zei: “Zaynab was mijn gelijke in schoonheid en in de liefde van de Profeet voor haar.” Oemm Salama (ر) zei over Zaynab (ر): ” De Rasoel Allāh hield van haar en hij werd ook vaak boos op haar. ” Bij twee gelegenheden, toen Moḥammed een geschenk van voedsel verdeelde onder al zijn vrouwen, was Zaynad (ر) ontevreden over haar deel en stuurde het terug naar hem.

Ze is dan zijn vrouw die recht had op de meest grandioze ceremonie. Beschreven door Aïsha als haar gelijke in schoonheid, had ze verschillende keren op gespannen voet gestaan ​​met de andere vrouwen van haar man; het was Zaynad (ر) die als eerste Aïsha verdedigde toen ze ten onrechte van overspel werd beschuldigd. Ze verliet het leven op 53-jarige leeftijd in het jaar 20 A.H. (641 G.T.) en is de eerste van de vrouwen van de Profeet (ﷺ) die na hem stierf, gedurende de tijd van het kalifaat van ‘‘Oemar ib al-Khattab. Ze liet het beeld achter van een toegewijde die haar nachten in gebed doorbracht en haar dagen met leerwerk, een beroep waardoor ze in staat was voortdurend zadaka te doen.

Verschillende tradities duiden op een conflict tussen Zaynad (ر) en haar bijvrouwen. Ze schepte altijd tegen hen op: “Je bent door je families uitgehuwelijkt, terwijl ik (met de profeet) door Allāh uit meer dan zeven hemelen was getrouwd.” In één ruzie schreeuwde Zaynad (ر) beledigingen naar Aïsha terwijl Moḥammed (ﷺ) aanwezig was. Aïsha nam wraak met ‘hete woorden totdat ik haar stil maakte’. Moḥammed merkte over dit voorval alleen op dat Aïsha ‘werkelijk de dochter van Aboe Bakr’ was. Een andere keer weigerde Zaynad (ر) haar reservekameel aan Saffiya (ر) te lenen; Moḥammed (ﷺ) was zo boos dat hij meer dan twee maanden niet met Zaynad (ر) sprak. Aïsha (ر) vertelde dat de vrouwen verdeeld waren in twee facties, de ene geleid door haarzelf en de andere door Oemm Salama (ر). Zaynad (ر) was een bondgenoot van Oemm Salama (ر), samen met Oemm Habiba, Joewayriyya en Maymoenah (ر) (ر) (ر).

Toch was het Zaynad (ر) die Aïsha (ر)verdedigde toen deze werd beschuldigd van overspel. Moḥammed (ﷺ) vroeg haar of ze er iets van afwist, en Zaynad (ر) antwoordde: “O Allāh’s Boodschapper! Ik beweer niet te horen of te zien wat ik niet heb gehoord of gezien. Bij Allāh, ik weet niets behalve goedheid over Aïsha.” Aïsha (ر) gaf toe: “Ik heb nog nooit een vrouw gezien die meer gevorderd was in religieuze vroomheid dan Zaynad (ر), meer godsbewust, meer waarheidsgetrouw, levendiger voor de banden van bloed, genereuzer en met meer gevoel van zelfopoffering in het praktische leven en met meer liefdadigheid en dus dichter bij Allāh, de Verhevene, dan zij was.’

Zaynad (ر) had de reputatie gebedsvol te zijn. Ze bad ‘s nachts zo veel dat ze een touw tussen twee pilaren in de moskee hing en eraan vasthield toen ze te moe werd om op te staan. Toen Moḥammed (ﷺ) het touw ontdekte, verwijderde hij het en vertelde haar dat als ze moe werd, ze moest stoppen met bidden en moest gaan zitten.

Na Moḥammed’s (ﷺ) dood verliet Zaynad (ر) Medina nooit meer. Ze was negen jaar weduwe, gedurende welke tijd ze elf ahadith vertelde.

Ze bleef werken bij het looien en het vervaardigen van leer, en ze gaf al haar winst weg aan liefdadigheid. Zelfs toen kalief ‘‘Oemar haar het pensioen van 12.000 dirham stuurde dat hij aan alle weduwen van Moḥammed toestond, gaf Zaynad (ر) het allemaal weg naar verschillende arme gezinnen in Medina. Bij haar dood vonden haar erfgenamen geen enkele munt in haar huis.

Joewayriyah bint al-Haarith (رضي الله عنها)

Zij is van de stam der Qoeraysj dochter van de leider van Banou al-Moustaliq, al-Haarith ibn Abi Dirar, een stam vijandig tegen over de moslims.  Twee maanden nadat Moḥammed (ﷺ) was teruggekeerd van de expeditie van Dhoe Qarad, begon hij geruchten te horen dat de Banou al-Mouṣṭaliq zich aan het voorbereiden waren om hem aan te vallen, dus stuurde hij een spion, Bouraydah ibn Al-Ḥasieb Al-Aslamie, om dit te bevestigen. De Banou al-Mouṣṭaliq geloofden ook dat Moḥammed (ﷺ) zich voorbereidde om hen aan te vallen. Dus stuurden ze op hun beurt een spion om de posities van de moslims te onderzoeken, maar hij werd door hen gevangengenomen en gedood.

De twee legers waren gestationeerd bij een bron genaamd Al-Mouraysie ‘, vlakbij de zee, op korte afstand van Mekka. Ze vochten een uur lang met pijl en boog, en toen rukten de moslims snel op, ze omsingelden de al-Mouṣṭaliq en namen de hele stam gevangen, met hun families, kuddes en veestapels. De strijd eindigde in een volledige overwinning voor de moslims. Tweehonderd gezinnen werden gevangengenomen, tweehonderd kamelen, vijfduizend schapen, geiten, evenals een enorme hoeveelheid huishoudelijke artikelen die als buit werden buitgemaakt. De huisraad werd op een veiling verkocht aan de hoogste bieder.

De Moustaliq verloor in totaal tien man. Slechts één moslim werd per ongeluk vermoord door een helper. Joewayrīyah bint al-Ḥaarith (ر), dochter van de Banou al-Mouṣṭaliq-leider, was een van de gevangenen. Haar echtgenote Mustafa bin Safwan overleed in deze strijd, aldus was ze weduwe geworden. Gevangengenomen door de metgezel Thaabit ibn Qays ibn al-Shammas. Hierdoor verontrust, zocht Joewayriya (ر) een akte van verlossing van Moḥammed (ﷺ). Moḥammed (ﷺ) stelde voor met haar te trouwen en als resultaat daarvan bevrijdde hij haar uit de slavernij van Thabit b. Qais en bijgevolg verbeterde de toestand van haar gevangengenomen stam.

Dit incident werd in meer detail beschreven: “Bij de eerste gelegenheid [na haar gevangenneming] ging ze naar de Profeet (ﷺ) en pleitte haar zaak bij hem. Ze vertelde hem dat ze de dochter was van een stamhoofd en dat ze het bevel voerde en vanwege haar ongelukkige omstandigheid bevond ze zich in deze hulpeloze toestand. Vanaf een troon van goud was ze in stof gevallen …… Hoe kon ze ooit het leven als slaaf leiden? Ze smeekte de Profeet (ﷺ) om kennis te nemen van de erbarmelijke en wanhopige toestand waarin ze zich bevond.

De Profeet (ﷺ) was ontroerd door haar treurige smeekbede en vroeg haar of ze als een vrije vrouw wilde leven en deel uit zou willen maken van zijn huishouden als hij haar losgeld zou betalen. Dit aanbod had ze in haar dromen nooit verwacht. Diep geraakt door deze onverwachte verhoging van haar status, riep ze uit dat ze het graag zou accepteren.”

Enige tijd later accepteerden haar vader en alle mannen van haar stam die waren vrijgelaten ook de Islaam als hun religie.

De Profeet (ﷺ) was 58, zij iets meer dan 20. Opgegroeid in luxe vanwege haar vroegere rang, zou ze de rest van haar leven in totale eenvoud leven. Ze zijn begaafd in het schrijven en we zijn haar een paar hadiths verschuldigd, waaronder de beroemde die het feit verbiedt om op vrijdag te vasten als een geïsoleerde dag. Ze zou (de bronnen lopen uiteen) gestorven zijn in 57H, kort voor Aïsha bint Aboe Bakr (ر).

Ze stierf op vijfenzestigjarige leeftijd in het 50e jaar na de migratie en werd begraven bij de andere vrouwen van Moḥammed (ﷺ) in Jannatoel Baqi’.

Oemm Habiba Ramla bint Aboe Sufyaan ibn Harb (رضي الله عنها)

Ze was de dochter van Aboe Soefyan ibn Harb en Safiyyah bint Abi al-‘As. Aboe Soefyan was het hoofd van de Oemayya-clan, en hij was de leider van de hele Qoeraysh-stam en de machtigste tegenstander van Moḥammed (ﷺ) in de periode 624-630.

Aboe Soefyan probeerde met alle macht en kracht die hij tot zijn beschikking had om zijn dochter en haar man terug te brengen tot zijn religie en de religie van hun voorvaderen. Maar het is hem niet gelukt. Het geloof dat in het hart van Ramla (ر) was ingebed, was te sterk om te worden ontworteld door de orkanen van de woede van Aboe Soefyans.

Aboe Soefyan bleef diep bezorgd over de aanvaarding van de Islaam door zijn dochter. Hij wist niet hoe hij de Qoeraisj het hoofd moest bieden nadat ze tegen zijn wil was ingegaan en hij was duidelijk machteloos om haar te beletten Moḥammed (ﷺ) te volgen. Toen de Qoeraisj zich echter realiseerden dat Aboe Soefyan zelf woedend was op Ramla (ر) en haar echtgenoot, werden ze aangemoedigd om hen hard te behandelen. Ze ontketenden de volledige woede en vervolging tegen hen in zo’n mate dat het leven in Mekka ondraaglijk werd.

Later accepteerde hij echter de Islaam en werd hij een moslimstrijder. De eerste Oemmayad-kalief, Moeawiyah I, was Ramla’s halfbroer, en Oethman ibn Affan was haar neef van moederszijde en haar achterneef van vaderszijde.

Haar eerste echtgenoot was Oebayd-Allāh ibn Jahsh, een broer van Zaynad (ر) bint Jahsh, met wie Moḥammed (ﷺ) in 627 G.T. trouwde. Oebayd-Allāh en Ramla (ر) behoorden tot de eersten die de Islaam accepteerden. In 616 G.T. emigreerden ze allebei naar Abessinië (Ethiopië) om de vijandelijkheden van Qoeraisj te vermijden, waar ze beviel van haar dochter, Habibah bint Ubayd-Allāh. Toen kreeg ze de kunya Oemm Habiba (ر).

De lange reis op de weg van ontberingen en beproevingen had uiteindelijk geleid tot de oase van rust. Maar ze wist niet dat de pas gevonden vrijheid en het gevoel van vrede later zouden worden vernietigd. Ze zou een beproeving van de meest zware en aangrijpende soort ondergaan.

Op een nacht, zo wordt verteld, kreeg ze, terwijl Oemm Habiba (ر) sliep, een visioen waarin ze haar man zag in het midden van een peilloze oceaan bedekt door golf op golf van duisternis. Hij bevond zich in een zeer gevaarlijke situatie. Ze werd bang wakker. Maar ze wilde haar man of iemand anders niet vertellen wat ze had gezien.

De dag na die onheilspellende nacht was nog niet voorbij toen Oebayd-Allāh ibn Jahsh zijn afwijzing van de Islaam en zijn aanvaarding van het christendom aankondigde. Wat een vreselijke klap! Oemm Habiba’s (ر) gevoel van vrede was verbrijzeld. Dit had ze niet verwacht van haar man die haar onmiddellijk de keuze voor een scheiding of aanvaarding van het christendom voorstelde. Oemm Habiba (ر) had drie opties voor haar. Ze kon ofwel bij haar man blijven en zijn roeping om christen te worden aanvaarden, in welk geval ze ook afval zou plegen en – Allāh verhoede – schande in deze wereld en straf in het hiernamaals zou verdienen. Dit was iets waarvan ze besloot dat ze het nooit zou doen, zelfs niet als ze de meest vreselijke martelingen zou ondergaan. Of ze kon terugkeren naar het huis van haar vader in Mekka – maar ze wist dat hij een citadel van shirk bleef en dat ze gedwongen zou worden onder hem te leven, onderdrukt en haar geloof onderdrukkend. Of ze kon alleen in het land van de Negus blijven als een ontheemde voortvluchtige – zonder land, zonder familie en zonder voogd.

Ze maakte de keuze die Allāh het meest behaagde. Ze besloot in Abessinië te blijven totdat Allāh haar verlichting schonk. Ze scheidde van haar man, die nog maar kort leefde nadat hij christen was geworden. Hij had zichzelf overgegeven aan het bezoeken van wijnhandelaren en het consumeren van alcohol, de “moeder van het kwaad”. Dit heeft ongetwijfeld geholpen tot zijn verlies.

Oemm Habiba (ر) verbleef ongeveer tien jaar in Abessinië. Tegen het einde van deze tijd kwamen er opluchting en geluk. Het kwam uit een onverwachte hoek.

Moḥammed (ﷺ) stuurde Oemm Habiba (ر) een huwelijksaanzoek, dat arriveerde op de dag dat ze haar Iddah voltooide (wachttijd voor weduwe). De huwelijksceremonie vond plaats in Abessinië, hoewel Moḥammed (ﷺ) niet aanwezig was. Ramla (ر) koos Khalid ibn Said als haar wettelijke voogd bij de ceremonie. De Negus (koning) van Abessinië las de Khoetba[23] zelf voor, en Khalid ibn Said hield een toespraak als antwoord. De Negus schonk Khalid een bruidsschat van 400 dinar en organiseerde na de ceremonie een groot huwelijksfeest. Hij stuurde ook muskus en ambergrijs naar de bruid via de slaaf Barrah.

De Negus regelde toen om alle dertig van de overgebleven immigrantenmoslims terug te sturen naar Arabië. Ze reisden in twee boten naar Medina. Shoerahbil ibn Hasana vergezelde Oemm Habiba (ر) op deze reis. Volgens sommige bronnen trouwde ze met Moḥammed (ﷺ) een jaar na de Hijra, hoewel ze pas zes jaar later bij hem woonde, toen hij zestig en zij vijfendertig jaar oud was. Tabari schrijft dat haar huwelijk plaatsvond in 7 H. (628) toen “ze eenendertig jaar oud was.”

Bij één gelegenheid bezocht Aboe Soefyan zijn dochter Oemm Habiba (ر) in haar huis in Medina. ‘Toen hij op het tapijt van de Profeet ging zitten, vouwde ze het op zodat hij er niet op kon zitten.’ Mijn lieve dochter, ‘zei hij,’ ik weet nauwelijks of je denkt dat het tapijt te goed voor mij is of dat ik ben te goed voor het tapijt! ‘ Ze antwoordde: ‘Het is het tapijt van de Profeet en je bent een onreine polytheïst. Ik wil niet dat je op het tapijt van de apostel gaat zitten.’ ‘Bij Allāh’, zei hij, ‘sinds je bij mij wegging, ben je ten kwade gegaan.’ “

Oemm Habiba (ر) stierf op 70 jarige leeftijd in het jaar 44-45 H. (664 of 665 G.T.) tijdens het koningschap van haar broer, Moeawiyah I. Ze werd begraven op de begraafplaats van Jannatoel al-Baqi naast andere vrouwen van de Profeet (ﷺ).

Rayhana bint Zayd (رضي الله عنها)

Rayhana (ر) was oorspronkelijk een lid van de joodse Banoe Nadir-stam die met Abdoel-Hakem uit Banoe Qoerayza  trouwde. Nadat de Banoe Qoerayza  werden verslagen door de legers van Moḥammed (ﷺ) in de belegering van de wijk Banoe Qoerayza .

Volgens Ibn Ishaq nam Moḥammed (ﷺ) haar als een oorlogsslaaf en vroeg hij haar ten huwelijk. Hij vroeg haar een sluier over haar te doen, maar ze zei: ‘Nee, laat mij in uw macht, want het zal voor u en voor mij gemakkelijker zijn.’ Door de sluier te weigeren, weigerde zijn huwelijksaanzoek en wenste eerder als slavin dan als zijn vrouw door het leven te gaan.  

Ze toonde afkeer jegens de Islaam en klampte zich vast aan het jodendom. Na enige tijd besloot ze zich echter toch tot de Islaam te bekeren. Toen Moḥammed (ﷺ) het geluid van sandalen van Tha’laba bin Sa’ya hoorde, profeteerde hij dat Tha’laba hem zou komen informeren over Rayhana’s (ر) bekering.

Ibn Sa’d schrijft, onder vermelding van Waqidi, dat ze werd vrijgelaten en later trouwde. Volgens Al-Halabi trouwde Moḥammed met haar en bood hij een bruidsschat aan. Ibn Hajar citeert uit Moḥammed Ibn al-Hassam’s ‘Geschiedenis van Medina’, over een huis dat Moḥammed aan Rayhana (ر) gaf na hun huwelijk.

In een andere versie schrijft Hafiz Ibn Minda dat Moḥammed (ﷺ) Rayhana (ر) bevrijdde en terugkeerde om bij haar eigen mensen te wonen. Deze versie wordt ook ondersteund door de negentiende-eeuwse moslimgeleerde Shibli Nomani, maar dit lijkt zeer onwaarschijnlijk aangezien ze begraven zal worden in dezelfde begraafplaats van de andere vrouwen van Rasoel Allāh (ﷺ).

Sommigen beweren dat net zoals Mariyah al-Qibtiyya,  men niet zeker weet of Rayhana bint Zayd (ر) een slaaf, een concubine of een officiële echtgenote van Moḥammed (ﷺ) is. De meest geaccepteerde positie onder moslims is echter dat de profeet haar vrijliet en met haar trouwde.

Rayhana bint Zayd (ر) stierf jong in 631 G.T. en werd begraven op de begraafplaats van Jannat al-Baqi.

Safiyya bint Hoeyayy ibn Akhtaab (رضي الله عنها)

Safiyya werd geboren in Medina als dochter van Huyayy ibn Akhtab, het hoofd van de joodse stam Banoe Nadir. Haar moeder, Barra bint Samawal, was van de joodse Banoe Qoerayza -stam. Ze was de kleindochter van Samaw’al ibn Adiya van de Banoe Harith-stam. Volgens een bron werd ze uitgehuwelijkt aan Sallam ibn Mishkam, die later van haar scheidde.

Op een dag kwam de Rasoel Allāh (ﷺ) naar hen toe met een groep van zijn metgezellen om het bloedgeld (diyah) te betalen van twee mensen die per abuis werden gedood. Hij deed dit vanwege de alliantie tussen hen. Uiterlijk verwelkomden ze hem en stonden zelfs met pretentieus respect op. Hun leider, Hoeyay ibn Akhtab (de vader van Saffiya (ر)) stelde hen toen onopvallend voor dat ze deze uitstekende gelegenheid zouden aangrijpen om de Profeet (ﷺ) te doden, aangezien de Profeet niet veel van zijn metgezellen bij zich had. De meesten van hen stemden in met zijn voorstel en begonnen de moord op de profeet te beramen (ze zouden vanaf een hoogte een grote steen op hem gooien). Het was toen dat engel Gabriël naar de Rasoel Allāh (ﷺ) kwam en hem vertelde wat er tegen hem gepland was. De Profeet (ﷺ) stond op en ging toen stilletjes weg.

Door dit voorval werden ze verdreven uit Medina en ze vestigden zich in Khaybar, een oase nabij Medina. Daar in Khaybar zochten ze de Mekkaanse en bedoeïenen strijdkrachten op om aan te sluiten tegen Moḥammed (ﷺ) in Medina en waren aan hun zijde bij de belegering tijdens de Slag om de Loopgraaf. Toen de inwoners van Mekka zich terugtrokken, belegerde Moḥammed (ﷺ) de Banoe Qoerayza . Na de nederlaag van de Banoe Qoerayza  in 627 G.T. werd Safiyya’s vader gevangengenomen en geëxecuteerd door de moslims.

In 627 G.T. of begin 628 G.T. trouwde Saffiya (ر) met Kenana ibn al-Rabi, penningmeester van de Banoe Nadir; ze was toen ongeveer 17 jaar oud. Volgens moslimbronnen zou Saffiya (ر) Kenana hebben geïnformeerd over een droom die ze had waarin de maan uit de hemel op haar schoot was gevallen. Kenana interpreteerde het als een verlangen om met Moḥammed (ﷺ) te trouwen en sloeg haar in het gezicht, een teken achterlatend dat nog steeds zichtbaar was toen ze voor het eerst contact had met Moḥammed (ﷺ).

In mei 629 G.T. versloegen de moslims verschillende joodse stammen (waaronder de Banoe Nadir) in de slag om Khaybar. De joden hadden zich overgegeven en mochten in Khaybar blijven op voorwaarde dat ze de helft van hun jaarlijkse opbrengst aan de moslims zouden geven. Het land zelf werd eigendom van de moslimstaat. Deze overeenkomst, strekte zich niet uit tot de Banoe Nadir-stam, die geen kwartier kreeg. Safiyya’s echtgenoot, Kenana ibn al-Rabi, werd omdat hij weigerde de locatie van de schat te onthullen. In een andere versie verloor hij het leven in de stijd. De Profeet Moḥammed (ﷺ) vroeg iemand om voor de vrouw te zorgen die schreeuwde en deed toen zijn mantel uit en legde die over de schouders van Saffiya (ر). Het was een gebaar van medelijden, maar vanaf dat moment zou ze geëerd en gerespecteerd worden in de moslimgemeenschap. Toen wendde de Profeet (ﷺ) zich tot Bilal en zei: “Bilal, heeft Allāh genade uit je hart geplukt dat je deze twee vrouwen voorbij laat gaan bij de mannen die zijn vermoord?” Dit wil zeggen dat ze de gedode lijken konden aanschouwen, iets dat de Profeet (ﷺ) ongepast vond voor de vrouwen. Dit werd beschouwd als een ernstige berisping, want de Rasoel Allāh (ﷺ) bekritiseerde zelden het gedrag van degenen die hem dienden. Anas ibn Malik zei bijvoorbeeld ooit: “Ik heb de Rasoel Allāh (vrede en zegeningen van Allāh zij met hem) acht jaar gediend. Hij heeft me nooit een keer uitgescholden voor iets dat ik had gedaan of voor iets dat ik niet had gedaan. “

Volgens Moḥammed al-Boekhari verbleef Moḥammed (ﷺ) drie dagen tussen Khaybar en Medina, waar hij zijn huwelijk met Saffiya (ر) voltrok.

Net als Oemm Habiba (ر) was Saffiya (ر) de dochter van een groot stamhoofd. De enige persoon die haar kon redden van het worden van slaaf nadat ze zo’n hoge positie had genoten, was de Profeet (ﷺ) . Hoewel haar vader van plan was geweest Moḥammed (ﷺ) te vermoorden na de slag om Uhud, en met de Banoe Qoerayza had samengespannen om alle moslims uit te roeien tijdens de slag om al-Khandaq, was het kenmerkend voor de Profeet Moḥammed (ﷺ) dat hij geen wrok koesterde. Voor degenen die iets verkeerds hadden gedaan, had hij meer medelijden dan woede, en voor degenen die geen kwaad hadden gedaan, had hij zelfs nog meer medeleven. De profeet Moḥammed (ﷺ)  nodigde Saffiya (ر) uit om de Islaam te omarmen, wat ze deed, en nadat hij haar haar vrijheid had gegeven, trouwde hij met haar. Zijn metgezellen vroegen zich af of ze als een slaaf (Arabisch: ma malakat aymanoekoem) of een vrouw moest worden beschouwd. De eerste speculeerde dat ze Saffiya (ر) als Moḥammed’s vrouw zouden beschouwen, en dus “Moeders van de gelovigen”, als Moḥammed (ﷺ) haar beval zich te sluieren dan was ze een van zijn vrouwen geworden, anders zou ze zijn dienstmeisje zijn. Sommige mensen hebben zich misschien afgevraagd hoe Saffiya (ر) de Islaam kon aanvaarden en met de Profeet (ﷺ) kon trouwen terwijl haar vader zijn bittere vijand was geweest en toen er bloedige veldslagen hadden plaatsgevonden tussen de joden en de moslims. Het antwoord kan worden gevonden in wat ze heeft verteld over haar vroege leven als dochter van de chef van de Banoe Nadir.

Ze zei: “Ik was de favoriet van mijn vader en ook een favoriet bij mijn oom Yasir. Ze konden me nooit zien met een van hun kinderen zonder me op te halen. Toen de Rasoel Allāh (ﷺ) kwam naar Medina, gingen mijn vader en mijn oom hem opzoeken. Het was heel vroeg in de ochtend ,tussen zonsopgang en zonsopgang. Ze keerden niet terug voordat de zon onderging. depressief, lopend met langzame, zware passen. Ik glimlachte naar ze zoals ik altijd deed, maar geen van beiden lette op me omdat ze zo ellendig waren. Ik vroeg Aboe Yasir aan mijn vader te vragen: ‘Is hij het?’ ‘Jawel.’ “Herken je hem? Kun je het verifiëren?” ‘Ja, ik kan hem maar al te goed herkennen.’ ‘Wat voel je voor hem?’ ‘Vijandschap, vijandschap zolang ik leef.’

Ondanks haar bekering plaagden de andere vrouwen Saffiya (ر) met haar joodse afkomst. Twijfels over Safiyya’s (ر) loyaliteit aan de Islaam en het vermoeden dat ze haar vermoorde verwanten zou wreken, zijn thema’s in de Sirah Rasoel Allāh (biografieën van Moḥammed (ﷺ)). In deze verhalen uiten Moḥammed (ﷺ) of ‘‘Oemar een groot ongenoegen over dergelijke twijfels en bevestigen ze opnieuw haar loyaliteit. Met betrekking tot Safiyya’s joodse afkomst zei Moḥammed eens tegen zijn vrouw dat als andere vrouwen haar beledigden vanwege haar ‘joodse afkomst’ en jaloers waren vanwege haar schoonheid, ze zou antwoorden: ‘Aaron is mijn vader, Mozes mijn oom en Moḥammed mijn man.” Aldus was zijn van priesterlijke afstamming uit de stam Levi.

Ze onderging nog steeds moeilijkheden na de dood van de Profeet (ﷺ). Eens ging een slavin die ze bezat naar de Amir al Muminin ‘‘Oemar en zei: “Amir al Muminin! Safiyya houdt van de sabbat en onderhoudt banden met de Joden!” ‘‘Oemar vroeg Safiyya hierover en ze zei: “Ik heb de sabbat niet liefgehad sinds Allāh deze voor mij vervangen heeft door de vrijdag, en ik onderhoud alleen banden met die Joden met wie ik verwant ben door verwantschap.” Ze vroeg haar slavin wat haar aangezet had om tegen ‘‘Oemar te liegen en het meisje antwoordde: “Shaytan!” Safiyya zei: “Ga, je bent vrij.”

In 656 koos Saffiya (ر) de zijde van kalief Oethman ibn Affan en verdedigde hem tijdens zijn laatste ontmoeting met Ali, Aïsha en Abd Allāh ibn al-Zoebayr. Gedurende de periode dat de kalief in zijn woonplaats belegerd werd, deed Saffiya (ر) een vergeefse poging om hem te bereiken en voorzag hem van voedsel en water via een plank die tussen haar woning en de zijne was geplaatst.

Saffiya (ر) was bijna vier jaar bij de Profeet (ﷺ), ze was pas eenentwintig toen de hij stierf, en leefde de volgende negenendertig jaar als weduwe. Saffiya (ر) stierf in 50 A.H. op zestigjarige leeftijd, tijdens het bewind van Moeawiyah, en werd begraven op het Jannat al-Baqi-begraafplaats. Ze liet een landgoed van 100.000 dirham en goederen na. Haar woning in Medina werd door Moeawiyya gekocht voor 180.000 dirham.

Maymoenah bint al-Haarith (رضي الله عنها)

Haar oorspronkelijke naam was Barrah (Arabisch: بَرَّة), maar Moḥammed (ﷺ) veranderde het in Maymoenah (ر), wat “goede tijding” betekent, aangezien zijn huwelijk met haar de eerste keer in zeven jaar was dat hij zijn geboorteplaats Mekka kon binnengaan.

Haar vader was al-Harith ibn Hazn van de Hilal-stam in Mekka. Haar moeder was Hind bint Awf van de Himyar-stam in Jemen. Haar volle zus was Loebaba de Oudere. Haar halfzussen van vaderskant waren Layla (Loebaba de Jonge), Hoezayla en Azza. Haar halfbroers en zussen van moederskant waren Mahmiyah ibn Jazi al-Zoebaydi, Asma bint Oemays (een vrouw van Aboe Bakr), Salma bint Oemays (een vrouw van Hamza ibn Abd al-Moettalib) en Awn ibn Oemays. Ibn Kathir noemt ook een traditie dat Zaynab bint Khoezayma (een vrouw van Moḥammed ﷺ) een andere zuster was aan moeders kant.

In het latere deel van haar leven verlangde Maymoena er al een hele tijd naar om met de Profeet (ﷺ) te trouwen. Daarom besloot ze met haar zus, Oemm al-Fadl, over de kwestie te praten, die op haar beurt met haar man, Al-Abbas, sprak. De zaak werd vervolgens onder de aandacht van de Profeet (ﷺ) gebracht door middel van Al-Abbas, die het huwelijksaanzoek van Maymoena aan de Profeet (ﷺ) zelf voorlegde, die het aanbod accepteerde.

Ze huwde Moḥammed (ﷺ) in 7 H. (629 G.T.) in Sarif in de maand Shawwal, ongeveer vijftien kilometer van Mekka, net na de Kleine Bedevaart (Oemrah). Ze was 36 toen ze met hem trouwde en hij 60.

Maymoena’s overlijdensdatum is omstreden. Volgens Al-Tabari: “Maymoena stierf in het jaar 61 H. [680-681] tijdens het kalifaat van Yazid I. Zij was de laatste van de vrouwen van de Profeet (ﷺ) die stierf, en haar leeftijd was toen 80 of 81.” Al-Tabari beweert echter elders dat Oemm Salama (ر) Maymoena heeft overleefd.

Ibn Hajar haalt ook een traditie aan die impliceert dat Maymoena Aïsha voorliep. “We stonden op de muren van Medina en keken naar buiten… [zei Aïsha]: ‘Bij Allāh! Maymoena is niet meer! Ze is weg en je bent vrij om te doen wat je wilt. Ze was de meest vrome van ons allemaal en het meest toegewijd aan haar familieleden. ‘”

Toen de Profeet (ﷺ) overleed, woonde ze de volgende 40 jaar in de stad Medina. Er wordt gezegd dat Maymoena een goedaardige vrouw was, die er veel om gaf haar verwantschapsbanden in stand te houden en voor de mensen om haar heen te zorgen. Net als alle andere vrouwen van de Profeet (ﷺ), stond Maymoena bekend om haar vroomheid en was ze diep toegewijd aan haar aanbidding van Allāh (swt). Bovendien wordt ook aangenomen dat het in haar kamer was, waar de Profeet (ﷺ) het begin van de eerdere symptomen van zijn ziekte voelde voor zijn dood en vervolgens de toestemming van zijn vrouw zocht om naar Aïsha’s afdeling te worden verplaatst.  

Maymoena was ook een vrouw met veel kennis en intellect. Het is bekend dat ze moslims veel van de Soenna en hadith van de Profeet (ﷺ) heeft geleerd. Er wordt aangenomen dat zij de verteller is van ongeveer 13 ahadith, waarvan sommige te vinden zijn in Sahih-Boekhari en Sahih-Moeslim.

Zij stierf op 80-jarige leeftijd, in het jaar 51 H. Ze was de laatste vrouw van de Profeet (ﷺ) die stierf. Voordat ze stierf, had ze verzocht om begraven te worden op de plaats waar ze getrouwd was met de Rasoel Allāh (ﷺ) in Saraf en haar verzoek werd vervuld bij haar overlijden.

Er is een consensus onder de Islamitische geleerden dat het was na het huwelijk van de Profeet (ﷺ) met Maymoena bint al-Harith, zijn laatste vrouw, dat Allāh (swt) de volgende ayah openbaarde:

“Daarna zijn de (andere) vrouwen niet toegestaan (O Moḥammed) en ook niet dat jij hen vervangt door (andere) echtgenotes, zelfs als hun schoonheid je aantrekt, behalve de slavinnen waarover jij beschikt. En Allāh waakt over alle zaken.”(Soera Al-Ahzab 33:52).

De Rasoel Allāh (ﷺ) nam geen vrouw na Maymoena. Alle vrouwen van de Profeet (ﷺ) deden recht aan hun gezegende titel “Oemm al-Mo’mineen” en blijven tot op de dag van vandaag tijdloze rolmodellen voor de wereld. Ze hielden van de Profeet (ﷺ) en brachten hun hele leven door in dienst van het behouden en verspreiden van de Islaam. Ze werden gekozen als de gezegende echtgenotes van onze Profeet (ﷺ) vanwege hun uitmuntende karakter en hun kracht van geloof. Na de Profeet (ﷺ), zijn het zijn familie en metgezellen die als een grote bron van tijdloze kennis en begeleiding voor moslims en niet-moslims over de hele wereld.

 Māriyah bint Sham’oen (رضي الله عنها)

In het Islamitische jaar 6 H. (627 – 628 CE) zou Moḥammed brieven hebben laten schrijven aan de grote heersers van het Midden-Oosten, waarin hij de voortzetting van het monotheïstische geloof verkondigde en hen uitnodigde de Islaam te aanvaarden. De vermeende teksten van sommige brieven zijn te vinden in Moḥammed ibn Jarir al-Tabari’s ‘Geschiedenis van de Profeten en Koningen’. Tabari schrijft dat er een deputatie is gestuurd naar een Egyptische gouverneur genaamd al-Muqawqis:

Tabari vertelt het verhaal van Māriyah’s (ر) aankomst uit Egypte:

‘In dit jaar kwam Hātib b. Abi Balta’ah terug van al-Moeqawqis en bracht Māriyah en haar zus Sīrīn, zijn vrouwelijke muilezel Doeldoel, zijn ezel Ya’foer en sets van 25 kledingstukken en 1000 mithqal goud mee. Met de twee vrouwen had al-Moeqawqis een eunuch (Ma’boer genaamd) gestuurd, en de laatste bleef bij hen. Hātib had hen uitgenodigd om moslim te worden voordat hij met hen arriveerde, en Māriyah (ر) en haar zus deden dat. De Rasoel Allāh (ﷺ), bracht ze onder bij Oemm Soelaym bt. Milhān. Māriyah (ر) was prachtig. De Profeet (ﷺ) stuurde haar zus Sīrien naar Hassān b. Thābit en zij baarde hem ‘Abd al-Rahmān b. Hassān.’

Zij is ook bekend als Māriyah al-Qibtiyya (Arabisch: مارية القبطية), Māriyah Qoebtiyya, of Maria de Kopt een Egyptische christen. Er werd gezegd dat haar moeder van Romeinse afkomst was en dat ze daarom zo’n blanke huid had.

De Profeet (ﷺ) bood haar eerst onderdak in de vertrekken van zijn vrouwen, maar dit maakte zijn andere vrouwen erg jaloers op haar. Hij nam haar toen mee naar een plaats in de buitenwijken van Medina genaamd ‘Al-Aliyah’ en zou haar daar bezoeken.

Māriyah werd toen zwanger en geen van de andere vrouwen van de Profeet (ﷺ) was zwanger geworden sinds hij naar Medina was geëmigreerd. Ze baarde een jongen en de Rasoel Allāh (ﷺ) noemde hem Ibraahiem naar zijn voorvader, de profeet Ibrahiem (as). De Rasoel Allāh (ﷺ) zei toen over Māriyah (ر), “Haar zoon heeft haar vrijgelaten.”

Dit is een Islamitische wettelijke regel met betrekking tot de rechterhand-bezit (bijvrouw). Aldus was zij tot dat punt gebleven als slavin in het huisgezin van Rassul Allāh (ﷺ). Als ze een kind van hun meester kregen, werden ze vrij. In dit aspect kunnen we zeggen dat Māriyah’s (ر) aanwezigheid in het gezin van de Profeet (ﷺ) haar niet alleen bevrijdde en haar een totaal nieuw leven gaf, maar ook een verrijkte Islamitische jurisprudentie en de verschillende vormen van sociale relaties.

Ibraahiem werd geboren in het 8e jaar van Hidjrah, het jaar van de verovering van Mekka waarin het Oude Huis [Ka’aba] werd gezuiverd van het vuil van beelden en waarin het laatste bastion van polytheïsme werd uitgeroeid in het Arabische schiereiland. Het was een gelegenheid waarbij de sluier van polytheïsme, die de Qoeraysh generaties lang had overweldigd sinds hun afwijking van het pure monotheïsme van de profeten: Ibraahiem en Ismaa’iel, werd verwijderd.

De vreugde van de Profeet (ﷺ) bij de geboorte van zijn zoon Ibrahiem is duidelijk gedocumenteerd. Hij zou Māriyah’s huis bezoeken om zijn zoon Ibrahiem te zien en zou hem liefdevol dragen en hem veel liefde geven. De Profeet (ﷺ) was inderdaad vader als geen ander en is echt een rolmodel voor de hele mensheid!

Laten we ook niet vergeten hoe hij de tijd nam om in zijn drukke schema te spelen met zijn kleindochter Oemamah, de dochter van Zaynad (ر), en hoe hij haar op zijn rug zou dragen terwijl hij aan het bidden was. Laten we terugdenken aan de liefde en genegenheid die hij had voor Hasan en Hoesayn, de zonen van Faatimah en hij daalde af van de preekstoel toen hij Hoesayn de Masjid zag binnengaan, gewoon zodat hij hem in zijn handen kon dragen!

In het licht van alle bovengenoemde gedenkwaardige gebeurtenissen, moeten we ons realiseren hoe sterk de Profeet (ﷺ) gehecht moet zijn geweest aan zijn zoon Ibrahiem, vooral omdat hij achttien maanden had geleefd! Ja! Hij was de warmte van zijn hart en zijn enige zoon om te overleven! Maar…

“Moḥammed is niet de vader van één van jullie, maar hij is de Rasoel Allāh, en de laatste van de Profeten. En Allāh is Alwetend over alle zaken.” (Soera al-Akhzab 33:40)

Hoewel dit vers werd geopenbaard om een ​​specifieke reden met betrekking tot Zayd ibn Haarithah, luidt het nog steeds een goddelijke regel in: het zegel van de profeten zou geen eigen zonen hebben die na hem zouden leven.

Toen Ibraahiem achttien maanden oud was, leed hij aan koorts. De remedies die ze bij hem probeerden, hielpen niet. Hij blies zijn laatste adem uit in de handen van zijn vader terwijl zijn ziel vertrok naar zijn Schepper. De vrouwen huilden, evenals de Rasoel Allāh (ﷺ). Later liepen de ogen van de Profeet (ﷺ) over van de tranen bij het graf van zijn zoon, maar hij zei niets anders dan: ‘De ogen huilen tranen en het hart treurt. We zijn bedroefd door uw vertrek, O Ibrahiem. En we zullen niets anders zeggen dan datgene wat Allāh behaagt. “

Toen Ibraahiem stierf, vond er een zonsverduistering plaats, die niet te wijten was aan de dood van Ibrahiem volgens de Profeet (ﷺ). Het was eerder toeval en slechts een orbitale beweging. Daarop zeiden sommige mensen: “De zon verduisterde voor de dood van Ibrahiem!” Toen hij dit hoorde, kondigde hij aan: “De zon en de maan zijn twee van de tekenen van Allāh. Ze verduisteren niet als gevolg van de dood of het leven van iemand. “

Māriyah (ر) leefde vele jaren na de dood van Allāh’s boodschapper (ﷺ). Aboe Bakr betaalde voor haar onderhoud, en ‘‘‘Oemar deed dat na Aboe Bakr en in het jaar 6 A.H. stierf ze. Al-Waqidi zei: “Ze stierf in Moeharram, het zesde jaar van Hijrah. ‘‘‘Oemar verzamelde mensen om getuige te zijn van haar begrafenis. Hij leidde het gebed tot haar [d.w.z. haar begrafenisgebed] waarna ze werd begraven in al-Baqee ’.”

Moge Allāh tevreden met haar zijn en van het hoogste niveau van het paradijs haar verblijfplaats maken!

Bronnen:

Rahman al-Mubarakpuri, S. (2005). The Sealed Nectar. Darussalam: Darussalam Editing, p. 201.

Moḥammed ibn Jarir al-Tabari. Tarikh al-Rusul wa’l-Muluk. Translated by Landau-Tasseron, E. (1998). Volume 39: Biographies of the Prophet’s Companions and Their Successors. Albany: State University of New York Press

Abdulmalik ibn Hisham. Notes to Ibn Ishaq’s “Life of the Prophet”, Note 918. Translated by Guillaume, A. (1955). The Life of Moḥammed, p. 793. Oxford: Oxford University Press.

al-Halabi, Nur al-Din. Sirat-i-Halbiyyah. Uttar Pradesh: Idarah Qasmiyyah Deoband. vol 2, part 12, pg. 90. Translated by Moḥammed Aslam Qasmi.

David S. Powers (2011). Moḥammed Is Not the Father of Any of Your Men: The Making of the Last Prophet. University of Pennsylvania Press. p. 8. ISBN 9780812205572.

bn Sa’d. Tabaqat. vol VIII, pg. 92–3.

Ibn Hajar. Isabaha. Vol. IV, pg. 309.


[1] Voor alle data van de Islamitische jaarteling dit starten wanneer de Profeet Moehammad (ﷺ) met zijn volgelingen gemigreerd is naar de stad Medina is de afkorting AH of ‘anno Hegirae’, ofwel ‘in het jaar van de Hidjra’.

[2] Salawaat (transcriptie Ṣalawāt) zou je kunnen vertalen met zegenbeden. Er zijn verschillende manieren waarop je zegenbeden voor de Profeet Moehammad ﷺ kunt verrichten. Als je bijvoorbeeld zijn naam noemt of schrijft, laat je deze uit liefde en respect gelijk volgen door “sallAllāhoe alaihi wasallam”. In het Arabisch schrijf je dit als صَلَّى اللّٰهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ en als symbool achter de Profeet’s naam lees je vaak ﷺ. Doorgaans wordt dit vertaald met “vrede en zegeningen zij met hem”. Dit is geen goede vertaling, want eigenlijk is het geen smeekbede die je voor de Profeet verricht. Taalkundig zou beter zijn: Allāh heeft hem gezegend (met genade) en voorzien van vredeswensen.”

[3] Radieyallāhu ′Anhā (Arabic: “رضي الله عنها”) Vertaling: Mag Allāh tevreden zijn met haar. Islamitische eretitel die wordt gegeven aan leden van de familie van Moehammad (ﷺ) verder in het artikel afgekort als (ر).

[4] In dit artikel probeer ik de namen zo goed als het kan fonetisch weer te geven.

[5] Zonen: Qasim ibn Moehammad (ﷺ); Adb-Allāh ibn Moehammad (ﷺ); Dochters: Fatimah al-Zahira bint Moehammad (ﷺ), Zaynam bint Moehammad (ﷺ), Ruqayyah bint Moehammad (ﷺ) en Umm Kulthum bint Moehammad (ﷺ). Sommige sjieten beweren dat onze Profeet (ﷺ) slechts één dochter heeft gehad, Fatimah, maar dit wordt gegengesproken in de Qoer’aan 33:59 “Oh Profeet zeg aan jouw azwaj (Arabisch أزواج‎, vrouwen) en aan je banaat (Arabic: بـنـات‎, docthers) en aan de nisa’il-moe’minin (Arabic: نـسـاءِ الـمـؤمـنـيـن‎, “vrouwen van de gelovigen”) …”. Aldus heeft men het over dochters in het meervoud en niet één enkele dochter.

[6] Moehammad bin Ishaq zei, “Aboe Talib en Khadija bint Khoewaylid stierven in hetzelfde jaar. Dit was drie jaar voor de emigratie van de Rasoel Allāh naar Medina. Khadija werd begraven in al-Hajoen. De Rasoel Allāh begroef haar in haar graf…. Ze was 40 jaar oud toen de Rasoel Allāh met haar trouwde ” – Al-Hakim, Abu ‘Abdoellah. al-Moestadrak. pp. Vol.3, 200 No. 4837

[7] De hidjrah meestal hidjra geschreven; (Arabisch: هِجْرَة) was de migratie van de Profeet Moehammad (ﷺ) en zijn volgelingen van Mekka, waar hij veel met verzet te maken had, naar Jathrib (nu Medina) in 622 G.T.

[8] De Omajjaden, (in het Arabisch: الأمويون (al-ʾOemawiyyūn), of بنو أمية (Banū ʾOemayyah)) zijn een Arabische dynastie die de moslimwereld regeerden van 661 tot 750 en daarna in al-ʾAndalus van 756 tot 1031. Deze dynastie draagt de naam van hun voorvader ʾOemayyah ibn ʿAbd Šams, oudoom van de profeet Moehammad (ﷺ). Ze behoorden tot de machtigste clans van de stam Qoeraysh, die Mekka domineerden.

[9] Radeyallāhoe ′Anhoe (Arabisch: “رضي الله عنه”) Moge Allāh tevrede met hem zijn. Eretitel voor mannelijke leden van de familie van de Profeet (ﷺ) of metgezellen van hem.

[10] Rasoel Allāh – Arab. Rasoel Allāh

[11] De Hadith (Arabisch: حديث, ḥadīṯ meervoud: أحاديث, aḥādīṯ, wat men vertelt) zijn de in grote verzamelingen vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van Moehammad (ﷺ). Via deze overleveringen kent men de soenna (de manier (weg) van de Profeet (ﷺ). Voor de overgrote meerderheid van de moslims vormen de Hadith een aanvulling op en interpretatie van de Koran.

[12] Arabisch Ifk : valse beschuldigingen

[13] Een howdah

[14] Kaffiroen, de ongelovigen.

[15] Ibn Kathir, The Life of the Prophet Moehammad, p. 419

[16] Huidige waarde in maart ’21 +- 561 EUR

[17] Jannat al-Baqīʿ (Arabisch: ٱلْبَقِيْع, “De Baqi ‘”) is de oudste en eerste islamitische begraafplaats van Medina in de regio Hejazi [2] van het huidige Saoedi-Arabië. Het ligt ten zuidoosten van de moskee van de profeet, waar de graven van enkele familieleden en vrienden van de profeet Moehammad liggen. Het is ook bekend als Baqīʿ al-Gharqad (Arabisch: بَقِيْع الْغَرْقَد, wat “Baqiʿ van de Boxthorn” betekent).

[18] Enkel Ali (as) en enkele anderen waren haar voorgegaan als bekeerlingen.

[19] De hidjra (Arabisch: هِجْرَة) was de migratie van de islamitische profeet Moehammad en zijn volgelingen van Mekka, waar hij veel met verzet te maken had, naar Jathrib (nu Medina) in 622.

[20] Mamumiteren: vrijmaken uit slavernij

[21] Een moedd komt overeen met 1.023 liter of 815.39 g.

[22] Een wali (wali-Arabisch: وَلِيّ, walīy; meervoud أَوْلِيَاء, ʾawliyāʾ), het Arabische woord dat op verschillende manieren is vertaald met ‘meester’, ‘autoriteit’, ‘bewaarder’, ‘beschermer’, wordt het meest gebruikt door moslims om aan te duiden een islamitische heilige, waarnaar ook wordt verwezen door de meer letterlijke “vriend van Allāh”.

[23] Khoetbah (Arabisch: خطبة) is een preek binnen de islam die voor de gezamenlijke vrijdagsalat en na de speciale salat van het Offerfeest en het Suikerfeest wordt gehouden.