Imam Shamil: een omstreden erfenis die nog steeds resoneert in de Kaukasus (NL)

“O bergen van Gunib. O soldaten van Shamil. De citadel van Shamil was vol krijgers. Toch is het gevallen, voor altijd gevallen.”

Het nummer roept een gevoel van gerechtigheid op ondanks het betreuren van een historische nederlaag.  Het lied wordt nog steeds gezongen door de nakomelingen van Imam Shamil. Zijn naam staat ingeprent in de hoofden van miljoenen die tot de Caucusus behoren. Geboren in een tijd waarin het keizerlijke Rusland de gebieden van het Ottomaanse en Perzische rijk aan het opslokken was, van 1834 tot zijn overgave in 1859, als de derde imam van het emiraat van de Kaukasus, verenigde Shamli verschillende strijdende volkeren van de Noord-Kaukasus onder de vlag van een gedeelde geloof: de Islaam.

Nog 162 jaar na Shamil’s overgave aan de tsaristische strijdkrachten onder leiding van generaal Baryantinsky., wekt hij moed bij de jeugd van Dagestan, waaronder MMA-kampioen Khabib Nurmagomedov. Maar in het naburige Tsjetsjenië wordt hij anders bekeken.. In de nasleep van de overgave werd de verzetsleider van Avar met veel pracht en praal ontvangen door tsaar Alexander II en leefde de rest van zijn leven in ballingschap ver van zijn vaderland. Zoals bij elke beroemde historische persoonlijkheid, inspireren de omstandigheden rond de overgave van de Dagestaanse leider concurrerende historische verhalen over zijn nalatenschap.

De impact van 1859 weerkaatst nog steeds in de Kaukasus en vormt de basis voor de hedendaagse rivaliteit en geopolitiek tussen de Tsjetsjeense en Dagestaanse federale republieken. Begin augustus 2019 stapte de non-conformistische Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov in een al verhit debat en beweerde dat Imam Shamil “de vernietiging van het Tsjetsjeense volk uitlokte … en hen dwong om 20 jaar tegen Rusland te vechten”. De opmerkingen van Kadyrov veroorzaakten verontwaardiging in Dagestan, zowel bij seculiere als bij religieuze instanties; Imam Shamil wordt vereerd als de onofficiële vader en volmaakte held van Dagestan.

Populaire Dagestaanse MMA-strijders zoals Khabib Nurmagomedov uitten ook hun onenigheid door hun profielfoto’s op sociale media te wijzigen en op Instagram te posten over de leider van de Avar. Khabibs voorvader Nur Muhammad zou een van Shamil’s Naibs (commandanten) zijn. Ook de burgemeester van Makhachkala en de voorzitter van de Nationale Vergadering van Dagestan uitten al snel hun ongenoegen. Deze commentaren kwamen te midden van de twintigste verjaardag van de invasie van Dagestan door opstandige leiders in augustus 1999, wat Rusland een voorwendsel gaf om de tweede Tsjetsjeense oorlog te verklaren. Om de spanningen te vergroten, vreest Dagestan dat Tsjetsjenië de districten Kizlyar en Botlikh wil annexeren.

De critici van Kadyrov benadrukken wat zij zien als de ironie daar hij de erfenis van Iman Shamil de rug toekeerd, aangezien Kadyrovs eigen vader tijdens de tweede Tsjetsjeense oorlog de kant van Rusland koos en het nu een trouwe federale republiek van Rusland is. Desalniettemin lijkt het erop dat de Tsjetsjeense leider de ambivalentie van zijn landgenoten ten opzichte van de beroemde 19e-eeuwse krijger heeft vastgelegd. Veel Tsjetsjenen (niet alle) van regeringsfunctionarissen en leken uit het hele politieke spectrum, voelden dat Shamil zich nodeloos overgaf aan het leven in een comfortabele ballingschap die werd gefinancierd door de Russische monarch.

Misschien onbekend voor de wereld buiten de Kaukasus, hebben Tsjetsjenen Baysangur van Benoy, een van de Tsjetsjeense bevelhebbers van de imam Shamil, meer aanzien. Baysangur trotseerde de bevelen van Shamil, weigerde zich over te geven, brak door het beleg van Gunib en verzette zich met een trouwe groep volgelingen totdat hij in maart 1861 door de tsaristische autoriteiten werd opgehangen.

Baysangur, die Tsjetsjeens is en de nationale geest van onbuigzaam verzet tegen Rusland vertegenwoordigt, geïllustreerd door het feit dat hij vocht met één oog, met één hand en met één been, vastgebonden aan zijn paard, heeft hem een meer favoriete plek in het Tsjetsjeense nationale bewustzijn opgeleverd. Interessant genoeg was het op aanbeveling van Baysangur dat veel Tsjetsjeense clans zich in de eerste plaats bij de strijd van Imam Shamil hadden aangesloten. Maar de spanningen tussen Dagestanis en Tsjetsjenen dateren van vóór de overgave van Shamil en sudderden tijdens zijn periode van heerschappij.

Om de ambtstermijn van Shamil als verzetsleider nog wat uit te breiden, had de raad van de oudsten van de Tsjetsjeense Teips (clans) de Avar Imam uitgenodigd om zich bij hen te voegen in hun pogingen om de Russische expansie te weerstaan; aldus werd Shamil in maart 1840 uitgeroepen tot imam van zowel Tsjetsjenië als Dagestan, en de laatste barstte uit in een anti-Russische rebellie en gaf Shamils imamaat een nieuwe impuls. De Avar Imam verplaatste nu zijn hoofdstad naar Dargo, Zuid-Tsjetsjenië en voor het eerst in hun geschiedenis maakten Tsjetsjenen deel uit van een gecentraliseerde staat, al was het maar voor een korte periode. De Tsjetsjeense beheersing van de guerrillaoorlog in de uitgestrekte bossen van het land leverde Shamil ongetwijfeld zijn beroemdste, spectaculaire overwinning op tegen de tsaristische strijdkrachten in de Slag om Dargi in juli 1845; drie Russische generaals, 195 officieren en 3433 Russische soldaten werden gedood door de troepen van de imam.

Ondanks enkele grote gedeelde overwinningen waren de spanningen tussen Imam Shamil en de Tsjetsjenen echter nooit ver van de oppervlakte. De Dagestaanse leider vond de Tsjetsjeense stammen koppig en ongehoorzaam aan veel van zijn bevelen, zoals het betalen van administratieve belastingen en het trotseren van de Dagestaanse Naibs die hij had aangesteld om regio’s van Tsjetsjenië te regeren. Evenzo hadden Tsjetsjenen een hekel aan het feit dat Shamil zijn Avaarse verwanten op sleutelposities had benoemd in het bestuur van de imamaat over hen. Hoewel zeer overdreven, bevatten de beweringen van de huidige Tsjetsjeense president Kadyrov dat Shamil zware straffen heeft geëist, zoals executie van individuen en hele clans op grond van verraad, ongehoorzaamheid en elk gepraat over vrede met Rusland, enige waarheid.

De afbeelding van Imam Shamil in de Russische geschiedschrijving vertoont een opmerkelijke gelijkenis met de houding van Rusland ten opzichte van zijn moslimbevolking op een bepaald moment; hij werd bijvoorbeeld gezien als een vijand van het 19e-eeuwse tsaristische Rusland, maar werd later gevierd als een heroïsche strijder tegen het imperialisme in de vroege Sovjetperiode. Zouden deze nieuwe commentaren van Kadyrov, wiens critici hem beschouwen als de man van het Kremlin in Grozny, een weerspiegeling kunnen zijn van de manier waarop Moskou het beeld wil weergeven en demoniseren van nationale en religieuze leiders die strijd voerden tegen Rusland in de Noord-Kaukasus?

In een interview met een van de nakomelingen van Imam Shamil legde ze grote nadruk op de overeenkomsten die ze ziet tussen de overleden vader van de huidige president, Akhmad Kadyrov, en zijn belofte van trouw aan Rusland in de Tweede Tsjetsjeense Oorlog en de overgave van Imam Shamil als een beslissing om verdere bloedvergieten van onschuldige burgers en erkenning van de zinloosheid van voortdurende oorlog met een machtige wereldmacht.

In het licht van de toegenomen rivaliteit tussen Tsjetsjenië en Dagestan is het misschien het beste het voorbeeld van Baysangur te volgen; Toen de Russen hem in 1861 ophingen, gaven ze de toekijkende Dagestanis opdracht om tegen zijn kruk te trappen, wetende dat dit de etnische oorlog zou doen ontbranden. In een poging dit te voorkomen, schopte Baysangur dapper tegen zijn eigen kruk. Het is van cruciaal belang dat Baysangur’s offer om de broederschap tussen de volkeren van de Kaukasus te behouden niet tevergeefs is.

Moge Allah deze broeders naar eenheid en op de Tawheed leiden, ver van de innovaties van de Soefi’s en dat hun oorsprong, hun stamgevoel op de achtergrond mag worden gezet, want wat ons onderscheidt is onze vroomheid en niet onze oorsprong om één front te vormen tegen de vijanden van de Islaam.

Bron: Iman Shamil legacy – Salahuddin Mazhary 2019