Ibn Khaldun en Economie (NL)

In een van de meest baanbrekende werken op het gebied van de geschiedenis van het economisch denken (History of Economic Analysis, 1954), betoogde Joseph Schumpeter dat er een “grote kloof” in de geschiedenis van de economie zit. Het concept rechtvaardigt de algemene onwetendheid in de economiecurricula ten aanzien van economisch denken tussen de vroegchristelijke en de scholastische tijden, en benadrukt het gebrek aan relevant positief (‘wetenschappelijk’) economisch denken in deze periode.

Dankzij deze zelf gecreëerde kloof wordt de meest opvallende islamitische figuur van de Middeleeuwen, de Andalusische geleerde en politicus Ibn Khaldun, verwaarloosd in reguliere leerboeken (Screpanti en Zamagni 2005, Roncaglia 2005, Rothbard 2006, Blaug 1985). Verschillende van deze werken beginnen vaak op misleidende wijze de wortels van moderne theorieën te identificeren door de mercantilisten[1] of de Schotse Verlichting[2] te bespreken.

De waarheid is dat dit helemaal niet het begin van het economisch denken was.

Sociale wetenschappen vestigen in de 14e eeuw

De grootste verdienste van Khaldun ligt in zijn revolutionaire methodologische denken. Hij verwierp de methodologie van zijn voorouders volledig, wat hem de eerste “sociale wetenschapper […] in de meest strikte betekenis van die term” maakte.[3] Vóór Khaldun was de rol van islamitische historici beperkt tot het overdragen van kennis zonder de traditie te wijzigen, te redigeren of er opmerkingen aan toe te voegen. Ze hebben nooit de geldigheid van verhalen in twijfel getrokken, maar in plaats daarvan de geloofwaardigheid van de overbrenger zorgvuldig geanalyseerd.

Khaldun verwierp de praktijk en verklaarde de behoefte aan een nieuwe, wetenschappelijke methode waarmee denkers echte en valse historische informatie kunnen scheiden. Maar hoe bereik je dat? Volgens hem moeten we “de menselijke sociale organisatie onderzoeken” om “een gezonde maatstaf” te hebben die ons helpt de samenleving te analyseren in plaats van absurde verhalen van historici te accepteren.[4]

Khaldun benadrukt dat dit een volledig nieuwe, originele en onafhankelijke wetenschap is, die nog niet eerder bestond.[5]  

De stiefvader van de economie

Het Khalduniaans denken komt de economen van vandaag misschien beschamend bekend voor. Hij stelt dat de arbeidsverdeling als basis dient voor elke beschaafde samenleving en identificeert de arbeidsverdeling niet alleen op fabrieksniveau, maar ook in een sociale en internationale context. Khaldun benadrukt over het voorbeeld van het verkrijgen van graan dat arbeidsdeling meerwaarde creëert: “Zo kan hij niet zonder een combinatie van vele krachten van zijn medemensen, als hij voedsel voor zichzelf en voor hen wil verkrijgen. Door samenwerking kan aan de behoeften van een aantal personen, vele malen groter dan die van henzelf (aantal), worden voldaan ”.[6]

Zijn voorbeeld van de opdeling van het productieproces wordt door economen totaal vergeten en is niet minder expressief dan de speldenfabriek van Smith: “zoals bijvoorbeeld het gebruik van houtsnijwerk voor deuren en stoelen. Of men draait vakkundig en vormt stukken hout in een draaibank, en dan zet men deze stukken in elkaar, zodat ze met het oog uit één stuk lijken te zijn”.[7] Wat meer is: in tegenstelling tot Smith maakt Khaldun geen onderscheid tussen productief en onproductief werk.

Op basis hiervan is het gemakkelijk te begrijpen dat Ibn Khaldun zeer vergelijkbare ideeën presenteerde als Adam Smith, maar honderden jaren vóór de westerse filosoof. Maar Khaldun zei nog meer over de economie.

Hij analyseerde markten die ontstaan op basis van de arbeidsverdeling en onderzocht de marktwerking op een eenvoudige didactische manier die sterk lijkt op de houding van Alfred Marshall. De uitvinding van vraag en aanbodanalyse is niet uitgevonden in de 19e eeuw: de islamitische geleerde beschreef ook de relatie tussen vraag en aanbod, en hield ook rekening met de rol van voorraden en goederenhandel. Hij verdeelde de economie in drie delen (productie, handel en publieke sector) aangezien de marktprijzen in zijn theorie lonen, winsten en belastingen omvatten.[8] Tegelijkertijd analyseerde hij ook de markt voor goederen, arbeid en land. Deze gestructureerde benadering bracht Khaldun ertoe de arbeidswaardetheorie uit te vinden, waardoor de islamitische geleerde in deze zin een pre-marxistische (of klassieke) denker is.[9]

Zijn idee, dat de geproduceerde waarde nul is als de arbeidsinput nul is, lijkt verrassend klassiek, zijn tijd ver vooruit.

Hoe neoklassiekers een vals verhaal creëerden

In het dynamische Khalduniaanse model van economische ontwikkeling speelt de overheid een cruciale rol. Haar beleid, voornamelijk belastingen, heeft een groot effect op de ontwikkeling van een beschaving. Na de nomadische manier van leven veranderen stammen naar een sedentaire levensstijl en creëren ze een stedelijke beschaving. De sedentaire levensstijl vernietigt de oorspronkelijke groepssolidariteit en creëert behoefte aan een nieuwe klantenkring. Het creëren van een nieuwe groepsidentiteit is kostbaar en heeft ook een nieuw leger nodig.

Dus met de verdieping van de stedelijke beschaving, en dankzij de toenemende luxueuze behoeften van de dynastie, moet de heerser de belastingen verhogen. Uiteindelijk worden de belastingtarieven zo hoog dat de economie instort. “Het moet bekend zijn dat aan het begin van de dynastie belastingheffing grote inkomsten oplevert uit kleine aanslagen. Aan het einde van de dynastie levert belastingheffing een kleine opbrengst op uit grote aanslagen.”[10] – schrijft Khaldun, waarin hij ook de microprikkels achter belastingheffing beschrijft. Aan de andere kant wijst hij de betrokkenheid van de douane en de overheid bij de handel af, aangezien de economisch-politieke macht van de overheid onevenredig groot is.

Deze ideeën zijn zo uniek in de Middeleeuwen, dat zelfs Ronald Reagan het werk van Khaldun citeerde en verklaarde dat ze enkele vrienden gemeen hadden, verwijzend naar Arthur Laffer. De reden hiervoor was dat zelfs Laffer zelf Khaldun beschouwde als een voorloper van de aanbodeconomie en de Laffer-curve, hoewel Khalduniaanse ideeën niet veel gemeen hebben met de Laffer-curve. De reden is dat deze moeten worden geïnterpreteerd in de tijdsdimensie en niet als een beleidsregel.

Dit verhaal is dus niet alleen onjuist, maar illustreert hoe neoklassieke economie de economische geschiedenis vormt om het bestaan ervan te rechtvaardigen. Dit zijn onhistorische oversimplificaties om het verhaal te creëren van een glorieuze en directe evolutie naar neoclassicisme als de meest ontwikkelde staat van economisch denken.

In dit proces worden geleerden uit het verleden verwaarloosd, geprobeerd te worden geïntegreerd in de context van de neoklassieke geschiedenis – of beide.

Keynesiaanse ideeën uit de 14e eeuw in Noord-Afrika

Ten slotte lopen de ideeën van de moslimgeleerde ook vooruit op de ideeën van keynesiaanse economische theorieën. De woorden van Khaldun zijn veelzeggend: “dynastie en regering dienen als ‘s werelds grootste marktplaats en leveren de substantie van de beschaving. Als de heerser nu eigendommen en inkomsten vasthoudt, verloren gaat of niet op de juiste manier door hem wordt gebruikt, dan zal het eigendom in het bezit van de entourage van de heerser klein zijn. Dus (wanneer ze stoppen met uitgeven), dalen de zakelijke inzinkingen en de commerciële winsten vanwege het tekort aan kapitaal ”. “[…] Bovendien circuleert geld tussen onderdanen en heerser, heen en weer bewegend. Nu, als de heerser het voor zichzelf houdt, gaat het verloren voor de onderdanen .”[11]

Dit zijn sterke argumenten voor overheidsuitgaven in de context van het 14e-eeuwse Noord-Afrika.

Adam Smith als een Khalduniaanse denker?

Niet alleen Khalduniaanse ideeën, maar de methodologie erachter is ook echt origineel, aangezien het berust op abstractie en generalisatie. Khaldun geeft ons de economie van het 14e-eeuwse Noord-Afrika en tal van relevante kwesties. Hij behandelt vragen waarvoor we zelfs in de 21e eeuw geen enkele oplossing hebben. Khaldun helpt ons de kloof in de geschiedenis van het denken te overbruggen en toont het belang van de middeleeuwse islamitische cultuur aan. Hij helpt ook om de relatie te begrijpen tussen de islamitische economie en andere stromingen als theoretische gemeenschappelijke voorouder.

Het is niet met zekerheid bekend dat Adam Smith of enige andere klassieke geleerde niet was geïnspireerd door het werk van Khaldun bij het ontwikkelen van hun eigen theorieën. Onder andere moeten we deze informatie – die verloren is gegaan in de ‘grote kloof’ – ook blootleggen om een nieuw verhaal te ontdekken dat dichter bij de realiteit staat.

Maar waarom hebben we een nieuw verhaal nodig, waarin we ons verleden herontdekken? Het antwoord is simpel: om zulke oppervlakkige overtuigingen te vermijden zoals dat Adam Smith (of Ibn Khaldun) de vader van de economie is, de ontwikkeling van de economie begon in de New Age om te culmineren in het neoklassieke denken, dat Khaldun al de Laffer-curve uitvond, de financiële markt reguleert zichzelf effectief en een grote overheid is altijd slecht voor de economie – onder andere. Economen moeten zelfreflectie oefenen: de crisis van 2008 bewees dat hiaten in de mainstream gemakkelijk in beleidsfouten veranderen.

Met een nieuwe, meer meervoudige benadering van de geschiedenis van het denken kan de ziekte van Alzheimer in de reguliere economie worden genezen, wat hard nodig is in de 21e eeuw.

————

Bronnen:

Al-Hamdi, M. T. 2006. “Ibn Khaldun: The Father of the Division of Labor”. Conference lecture in Madrid (http://www.uned.es/congreso-ibn-khaldun/pdf/09%20Mohamed%20Alhamdi.pdf; accessed: 14 May 2017)

Blaug, M. 1985. Economic Theory in Retrospect. Cambridge: Cambridge University Press.

Boulakia, J. D. C. 1971. “Ibn Khaldún: A Fourteenth-Century Economist”, Journal of Political Economy 79. No. 5: 1105-1118.

Khaldun, Ibn. 1377. The Muqaddimah: An Introduction to History. Translated by Franz Rosenthal. Online version: https://asadullahali.files.wordpress.com/2012/10/ibn_khaldun-al_muqaddimah.pdf (accessed: 10 March 2017)

Oweiss, I. M. 1988. “Ibn Khaldún, Father of Economics”. In Arab Civilization: Challenges and Responses, edited by Oweiss, I. M. – Atiyeh, G. N. New York: State University of New York Press.

Roncaglia, A. 2005. The Wealth of Ideas. A History of Economic Thought. Cambridge: Cambridge University Press.

Rothbard, M. N. 2006. Economic Thought Before Adam Smith. An Austrian Perspective on the History of Economic Thought. Brookfield Vt: Edward Elgar Publishing Ltd.

Schumpeter, J. A. 1954. History of Economic Analysis. London: Allen & Unwin.

Sammenvatting door Daniel Olah – The Next Evolution of Economics


[1] Het Europees mercantilisme is een economische theorie uit de vroegmoderne tijd, die inhield dat de welvaart van een natie afhankelijk is van het aanbod van kapitaal in die natie, en dat het mondiale volume van de internationale handel “onveranderlijk” is, een zero-sum game: wat de ene partij wint, verliest de andere. – Wikipedia

[2] De Schotse verlichting was een periode in het 18e-eeuwse Schotland, die wordt gekenmerkt door een uitzonderlijke concentratie van intellectuele en wetenschappelijke prestaties. Het zwaartepunt viel tussen 1750 en 1790. Als men ruim rekent wordt het tijdvak 1720-1820 aangehouden. – Wikipedia

[3] Fonseca, 1988

[4] Khaldun pp. 7-8

[5] Khaldun p. 8

[6] Khaldun p. 87

[7] Khaldun p. 519

[8] Boulakia 1971

[9] Oweiss, 1988

[10] Khaldun p. 352

[11] Khaldun p. 365